Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Neen, zoo'n feestmaal," sprak de Koning,

„kan bij mij niet beter zijn."

En daar hij wel zag dat alles

louter pracht en weelde was, Nam hij 't glas op en zei vriendlijk:

,,Heer Markies van Carabas; ,,'k Wil op uw gezondheid drinken,

met deez' heerlijk zoeten wijn,

„En ik moet u tevens zeggen,

dat ik zeer vereerd zal zijn, „Zoo gij met mijn dochter trouwen,

en mijn schoonzoon worden wilt."

Poes had reeds een achterpootje

om te dansen opgetild,

Toen haar meester plotsling knielde

voor den Koning — lieve tijd!

En hem om vergifnis smeekte —

poes was al haar danslust kwijt

Doch ook nu weer wist ons poesje

zich er dapper door te slaan. ,,Slechts uit liefde voor mijn meester,

Sire! heb ik zoo gedaan;"

Riep ze, en ging toen aan 't vertellen

En de Koning zei: „Welnu,

„Daar ge 't deedt voor uwen meester,

slimme poes! vergeef ik u;

„Doch, pas op! nu nooit meer jokken!

En aan u, heer Carabas!

„Zal ik ook maar niets verwijten,

wijl het toch uw schuld niet was. „En," — vervolgde hij — „mijn dochter!

trouwen wil je zeker wel?

„Daarom geef ik ten huwlijk

aan den baas van poesjenel." —

Sluiten