Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ASSCHEPOESTER.

Er was ereis een aardig kind,

een jaar of zestien, denk ik, oud;

Haar oogjes waren blauw en klaar,

haar lokjes blond als klinklaar goud.

Maar 't lieve meisje was een wees,

haar moeder was sinds jaren dood, En dus geen wonder, dat het kind

niet bijster veel pleizier genoot.

Wel had zij nog twee zusters, maar

die waren snibbig, lui en kwaad.

En kapten en verkleedden zich

van 's morgens vroeg tot 's avonds laat Zij lieten haar al 't huiswerk doen

en 's avonds als zij moede was,

Dan zat zij eenzaam en alleen

in 't hoekje van den haar'd bij de asch; En zie, dan werd ze in haar ellend

door 't booze tweetal nog bespot,

„Zoo'n Asschepoester!" klonk het dan —

Och, och, wat had ze een droevig lot!

Sluiten