Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haar pakje was van grove stof,

en grauw haar rok en boezelaar;

Maar in fluweel en in satijn

zoo kleedde zich het zusterpaar. Dat ging maar naar concert en bal;

doch nooit mocht Asschepoester meê. „Jij bent een slons!" — zoo schimpten zij; —

,,Wees met je keuken maar tevreê." — Dan zuchtte onze Asschepoester wel,

en dacht ze, schreiend van verdriet: 'k Zou ook zoo graag eens wandlen gaan ! —

Maar al haar traantjes hielpen niet.

't Gebeurde nu dat aan het hof

een meer dan prachtig feest zou zijn,

Omdat de kroonprins jarig was.

En op dat schitterend festijn

Werd ieder, die in stad en land

aanzienlijk was of rijk en groot,

Ook Asschepoesters zusterpaar,

door Zijne Majesteit genood.

Wat hadden zij het dag aan dag

nu overdruk met haar toilet Welk kleed er aangetrokken moest,

welk kapsel toch diende opgezet! — En hoe er dan geprutteld werd!

En hoe ze kijfden met eikair!" Dan was 't om dit, dan was 't om dat. —

,,Op die wijs kom je nimmer klaar,"

Zei Asschepoester, en zij hielp

haar zusters daadlijk ; zij begon Met haar te kappen, zie, zoo mooi,

dat geen coiffeur het beter kon. Ook koos zij nog de kleeding uit,

die 't zusterpaar het best zou staan.

Sluiten