Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zes witte muisjes zijn er in!" —

En nauwlijks raakt die staf die aan, Of Asschepoester ziet verbaasd *

zes fraaie schimmels voor zich staan.

Maar wie die nu besturen zal?

Een rat zat in de klem ; — dat dier

Wordt door de vriendelijke Fee

herschapen in een hofkoetsier.

Twee hagedissen werden meê

twee knechts in fonkelnieuw livrei,

En dat stond deftig want nu zat

op elke treê dus een lakei.

Toen raakte met haar tooverroê

de Fee het armlijk jakjen aan

Van Asschepoester, en nu kon

zij stellig wel naar 't feest toe gaan,

Want blauw fluweel met echte kant,

heel rijk bestikt met zilverdraad,

En dan een gazen overkleed,

zoo was opeens haar balgewaad. — „Nog eventjes geduld, mijn kind —

Je kunt op sloffen toch niet gaan?

„Hier zijn twee glazen muiltjes; zie

die zijn eerst fijn! — trek die eens aan!"

Zoo sprak de goede Fee, en gaf

de muiltjes 't meisjen in de hand,

En met die wonderschoentjes aan,

was geen prinses zoo mooi in 't land. — „Zie zoo, nu kun je gaan naar 't bal;

maar denk er aan: te middernacht Dan moet je thuis zijn, want mijn kind!

niet langer duurt mijn toovermacht; „En ook: pas op je muiltjes goed,

want zoo je er een verliest, och heer!

Sluiten