Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En d'andren dag werd aan het hof

't verjaringsfeest weer voortgezet;

En wie verscheen er in de zaal

weer even rijk gekleed en net?

Onze Asschepoester; — en de prins

geleidde haar op nieuw ten dans;

Hij was verrukt door haar gelaat,

dat straalde en blonk van blijden glans.

En heel den avond walste hij

met haar alleen, en zei: „Ik zou

„U, lieve jonkvrouw! toch zoo graag

altijd aanschouwen, — word mijn vrouw?

Maar toen de kroonprins dat zoo zei,

sloeg juist de klok al zacht: tik! tik!

't Was voorslag reeds van twaalf uur;

en Asschepoester, bleek van schrik,

Vlood heen zoo snel zij loopen kon;

doch door haar vreeslijken spoed,

Viel op de trappen van 't paleis

het muiltje van haar linkervoet.

De kroonprins liep haar vruchtloos na;

maar zag het muiltje, en riep vol rouw:

„Hoe vind ik haar? — Wacht! 'k weet het al:

wie 't muiltje past, kies ik tot vrouw."

v

Nu was er op het heele bal

geen dame jong, geen dametje oud,

Die niet beproefde om 't aan te doen.

Elk had toch graag den prins getrouwd.

Maar niemand paste 't muiltje klein;

toen gingen door t gansche land

De kroonprins en zijn dienaars rond,

het glazen muiltjen in de hand.

Doch hoe ze pasten dag aan dag,

bij edelvrouw of bij boerin,

Sluiten