Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen wijzere prins zal er ooit zijn geboren,

en tevens ontvangt hij de wondere gaaf „Om, wie hij 't meest lief heeft, verstandig te maken —

„wat kan hij nog beter dan wijs zijn en braaf?" De moeder vergat bij die woorden al spoedig

haar droefheid, en wischte uit haar oogen een traan, En hield nog veel meer van 't gebochelde knaapje,

dan ze anders wellicht van het kind had gedaan. —

Een jaar of vier later kreeg in de nabuurschap

een andre vorstin op een zekeren dag Twee dochtertjes. — „De eerste is heel mooi; maar de tweede

erg leelijk; dacht elk, die de kindertjes zag. Ook hier bracht de Fee een bezoek, en ze zeide:

„Dat leelijke meisje krijgt zeer veel verstand;

„Heel knap zal ze worden, heel vlug van bevatting,

maar t mooie blijft dom, ja de domste van 't land."

En toen de vorstin om die woorden haast weende,

toen troostte de Fee op haar vriendelijksten toon: „Ik schenk haar de gaaf om dengeen, dien zij lief heeft,

„beminlijk te maken en krachtig en schoon."

En wat er de Fee aan de moeder voorspelde,

gebeurde: heel wijs werd het leelijke kind,

En t andre steeds mooier; doch tevens ook dommer,

zoo dom als men zelden een meisje maar vindt.

Als 't feest was aan het hof werd haar schoonheid geprezen;

maar wie tot haar sprak ging al ras van haar heen, Nu, dommer dan zij gaf ook niemand ooit antwoord,

en dus zat zij meest in de hofzaal alleen.

Dat smartte haar wel, nog te meer daar haar zuster

door elk werd gezocht op concert of partij,

Want die ofschoon leelijk — wist aardig te praten,

en kon mooi vertellen, en grappig er bij. —

16

Sluiten