Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En 'sandren daags verzocht ze vleiend

haar vader om zoo'n hemelkleed, Dan zou ze met prins Podros trouwen.

Wat was de koning in zijn schik! ,,Zoo n kleedje, — sprak hij — „zult ge hebben;" —

en liet in 't eigen oogenblik Den allerknapsten kunstnaar komen,

bestelde hem het wonderkleed,

Maar zei er bij: het kost je 't leven,

is 't niet nog deze week gereed,"

Doch die bedreiging had de koning

niet hoeven doen, want d'andren dag Was t kleedje reeds voltooid; — 't was prachtig!

De koning wist niet wat hij zag.

Geen schooner blauw gaf ooit de hemel

te zien, zelfs niet in 't avonduur — Als purpren wolkjes 't westen kleuren,

omgloord door 't gouden zonnevuur, — Dan 't kunstgewaad, waarop hij tuurde;

maar 't gaf zijn dochter nieuwen rouw, Vooral toen hij nog sterker aandrong

dat zij prins Podros huwen zou. Zij ging weer naar de Fee om bijstand;

die keek haar heel verwonderd aan: „Hoe! Is ons plan mislukt, mijn lieve?

Wel vraag een kleed dan als de maan," Zoo sprak de Fee der herfstseringen.

De kroonprinses, weer heengegaan, Vroeg 'sandren daags dus aan haar vader

een kleed, gelijk de kleur der maan; Dan zou zij naar zijn wil zich voegen.

De koning, recht nog in zijn schik, Zei: „ook zoo'n kleedje zult ge hebben."

Hij liet weer 't eigen oogenblik

18

Sluiten