Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook hinnikten als voor een eeuw

de paarden trapplende in den stal,

"En ruischte 't windje in 't dichte loof,

en keerde 't leven overal.

't Jong' maatje van den kok ontving

— en dat kwam juist nog goed van pas! —

Den draai om de ooren, die een eeuw

voor hem bewaard gebleven was.

't Vuur in de keuken ging weer aan;

de schildwacht riep op eens: Wie daar?

En om te schenken stond de knecht

nu wakker met de wijnflesch klaar.

Maar 't vreemdste keek de koning op,

't gelaat der koningin verschoot

Van kleur, toen Dorenroosje haar

al kussend in haar armen sloot.

En onze dappre, knappe prins

kreeg wezenlijk een traan in 't oog,

Toen hij dat hartlijk weerzien zag,

en voor den troon des konings boog.

En nogmaals werd er feest gevierd,

want Dorenroosje werd de Bruid,

En onze prins haar Bruidegom....

en nu is 't wondersprookjen uit. —

Sluiten