Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A. L. DE ROP.

Jolig- ƒ

1. In een blauw-ge - rui-ten kiel Draai - de nij aan t groo-te wiei uen

2. Als ma - troos - je vlug en net Heeft hij voet aan boord ge-zet, Dat

3. Daar staat Hol-lands Ad-ml-raai, Nu een man van vuur en staal, De

gan schen dag; Maar Mi - chiel -tjes jon - gens - hart Leed on-

hoor ----- de zoo. Naar Oost - in - je, naar de West, Jon-gens, schrik — der zee. 't Is een Rui - ter naar den aard ; Glo - rie-

dra-ge - lij - ke smart, A - achl a - ach! a - ach! a - ach! dat gaat op-per - bestt Ho - jo, ho - jo, ho - jo, ho - jo! rijk zit hij te paard! Hoe - zee, hoe - zee, hoe - zee, hoe - zeel

') Bij het eerste couplet heeft het vervelende invloed op tempo en voordracht; bij het tweede couplet •het vlugge, losse; bij het derde couplet het ontzag inboezemende.

16. Een draaiersjongen. )

R. HOL.

7)

Sluiten