Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bedaard en met vrije voordracht.

J. J. VlOTTA.

1. ik zing er al van een Ruy - ter koen, Maar niet van een rui - ter te

. hij reed er al op zijn hou - ten ros De zee in een om - me - zien

ó. hn wie maar niet snel ter zij - de sprong, En wie voor Oud-Hol-land niet

k r?eun \rrS no^ ons ?,n 200 stou* en vr>j» Toen was het zoo krach-tig en

5. Och Vlis - sin - ger Mi - chiel, Ruy - ter koen , We pant - se - ren nu wel ons

rnnW p was hij wel En - gel -sche dra - vers te gauw, Hij maak - te wel

l rv Lan - den en Stran-den ze beef-den voor'tros, Als 'tbriesch-te met

arn£' ïfo l S *a ^ "l "l* ^ h°ef' dat het bI°ed Uit neUS ^n uit

• Maar t ros werd al zacht - jes ver - na - geld en oud : De Ruv - ter De

paard; Maar wan-neer zal 't dra-ven en brie-schen op zee, Als toen Gij' er

Fran-sche ver - vaard, — — — Hij maak - te wel Fran - sche ver - vaard.

ko - pe-ren mond, — — — Als 'tbriesch-te met ko - pe - ren mond.

oo - ren hem vloog Uit neus en uit oo - ren hem vloog.

Ruy-ter was dood! — — — De Ruy-ter, De Ruy - ter was dood!

rui - ter op waart? Als toen Gij er rui - ter op waart?

Kun je nog zingen? 11e druk.

17. De Ruyter.

Dr. J. P. Heije.

Sluiten