Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29. Wiegelied.

1. Slaap maar mijn zus - je, je bent im-mers moe, Sluit gauw je

2. Wij heb-ben heer - lijk - jes sa-men ge - speeld, Het had ons

3. Slaap nu, mijn zus - je, ge - rust heel den nacht, Moe - der - tje

hel - de - re kij - ker - tjes toe. Kona - - om je wieg - je zwijgt

ze - ker nog lang niet ver - veeld, Had lie - ve Moe niet ge-

houdt bij het wieg - je de wacht; Mor - - gen be - gint dan op-

al - les nu stil, Nie-mandvan ons, die je slaap sto - ren wil.

zegd: „Nu is't tijd!" En zacht-jes zus - je in 't wieg-je ge - leid.

nieuw on - ze pret, Als Moe de kin - d'ren weer haalt uit het bed.

Weber.

Sluiten