Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31. Het Zandmannetje.

Zacht. Niet te langzaam:

Naar JOH. BRAHMS.

1. De bloem - pies gin - gen sla - pen, /.ij wa - ren geu - ieua

2. De vo - gels zon - gen vroo - lijk, Door t zon - ne - tje ge3 De Zand - man is ge - ko - men, Gluurt door de sche - me4. Ga, Zand - man uit de ka - mer, Reeds slaapt mijn klei - ne

moe; Zij knik - ten met hun kop - jes Meteen wel - te - rus - ten

kust' Nu vou - wen zij hun vleu - gels, Be - ge - ven zich ter

ring' Of er - gens soms een kind - je Nog niet ter rus - te

man.' Hij sloot de hel - d're kij - kers Zoo vast als hij maar

toe Zacht rit . selt gind-sche lin - de-boom En lispt als in den rus't Al - leen het kre- kel-tje_in het veld Zijn zoet ge-heim verging'] En ziet hij zulk een stou - ten klant, Hij strooit in d' oog-jes kan En roept mij mor - gen wel te moe Een har - t'lijk wei-kom ,L ' -»■ I— I N 1 I I ,

" droom: Goe-den nacht, goe - den nacnu mijn Kinu - je, guc-ucu

telt. Goe-den nacht, goe-den nacht! mijn kind - je, goe-den nacht

zand. Goe-den nacht, goe-den nacht! mijn kind - je, goe-den nacht

toe. Goe-den nacht, goe-den nacht! mijn kind - je, goe-den nacht!

^ U k 1^, k i ik 1 H rt

Sluiten