Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32. Avondliedje.

Fr. Silcher.

1. Na-tuur ligt in droo-men ver-zon-ken, Het maan-tje blikt vrien - de - lijk

2. Daar ginds door 't ge - bla - der - te scheem'-ren De lich - ten der rust' - Ioo - ze

3. Al lokt gij ook schit-t'ren - de lich - ten Zoo vlei - end naar plein en naar

neer. En hon - der - den ster - re - tjes spieg' - len Zich

stad, En wer - pen een spook - ach - tig schijn - sel, Een

gracht, — Wij vlie - den de woe - li - ge stra - ten En

zacht in het hel - de - re meer. — — Het win - de - ke suist rn de dwaal-licht op 't een - za - me pad. — — Zij roe - pen en lok - ken ons kie - zen de rust van den nacht. Hier wil - len wij vol - op ge-

Sluiten