Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33. Het roosje.

Matig.

H. Werner.

1. 't Knaap-je zag een roos - je staan,'t Roos-jen op de hei-de, "t Had zoo'n keu - rig

2. 't Knaap-je zei: „ik pluk u af, Roos-jen op de hei - de" 't Roos-je zei: „ik

3. En het wil - de knaap-je brak 't Roos-jen op de hei de? tRoos--je weer-de

kleed-jen aan, Snel is hij er heen ge-gaan, 'tWas of het hem beid-de. weer u af, En ik prik u voor uw straf; Wilt gij, dat ik lij - de? zich en stak; Maar de knaap rukt van den tak 't Roos - jen op de hei - de.

Koos - je, roos - je, roos - je rooa, koos - jen op ue nei - - uci Roos - je, roos - je, roos - je rood, Roos - jen op de hej - - de! Roos - je, roos - je, roos - je rood, Roos - jen op de hei - - del

Sluiten