Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet te langzaam.

V

39. Klein Vogelijn.

1. Kiem vo - ge - njn op groe - nen taK, wat zingt geen lus - tig

2. Zoo zui - ver zingt gij en zoo hoog, Zoo keu - - rig in de

3. Voor - ze - ker 'tis de goe - de God! Die 'tu heeft toe - be-

lied! Wij heb - ben in ons hee - le boek Zoo'n vroo - lijk wijs - je

maat, En 't hart, dat po-pelt ons van vreugd, Wan - neer uw keel - tje

trouwd, Op - dat gij aan der blin-den oor Zijn goed - heid mei-den

niet. — O, zeg ons, zeg ons, aar-dig beest, Wie toch uw mees - ter

gaat, O, zeg ons, zeg ons, aar-dig beest, Wie toch uw mees - ter

zoudt. O ja, wij we - ten 't, aar - dig beest, Dat God uw mees - ter

is ge-weest, O, zeg ons, zeg ons aar-dig beest, Wie toch uw mees-ter is ge-weest. is ge-weest, O, zeg ons, zeg ons aar-dig beest, Wie toch uw mees-ter is ge-weest is ge-weest, O ja, wij we-ten't, aar-dig beest, Dat God uw mees-ter is ge-weest

Sluiten