Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4.

Al de_.Eskimo's zijn ruw en plomp,

Dat kon mij niet behagen;

Ik noemde er een een loggen klomp,

En kreeg de huid vol slagen,

Daar heeft men gansch niet kwalijk, enz.

5.

Nu kwam ik in Amerika

En zei, vervreemd van 'tsnoeven: Hier is de Noord-Westdoortocht; dra

Moet ik die vaart beproeven.

Daar heb je gansch niet kwalijk, enz.

6.

Fluks ik aan boord en 't zeegat uit,

Den kijker vastgebonden:

'kZocht links en rechts, maar 'twas verbruid, Ik heb hem niet gevonden.

Refrein.

Van hier ging ik naar Mexico, 'tls verder dan naar Bremen;

Hier, dacht ik, ligt het goud als stroo, En 'k wilde^een zak vol nemen. Refrein.

8.

Maar achl o jammer! welk een landl

Hoe zag ik mij bedrogen!

Ik vond slechts steenen, klei en zand, En ben weer heengetogen.

Refrein.

9.

Mijn knapzak vulwde ik in der ijl

Met sprot en peperkoeken, En ging weldra weer onder zeil Om Azië te zoeken.

Refrein.

10.

De Mogol is een groote Heer, Met wien niet is te gekken; Ik kwam juist bij hem op een keer, Dat hij een kies liet trekken. Refrein.

11.

Hoe, dacht ik, moet de Mogol dan

Ook al van kiespijn klagen? Wat baat het toch voor zulk een man. Den naam van vorst te dragen. Refrein.

12.

Mijn hospes gaf ik straks mijn woord,

Hem eerlang te betalen,

En zoo reisde ik al verder voort Naar China en Bengalen.

Refrein.

13.

Nu ging ik nog — 't was wel wat wijd —

Eens Afrika beschouwen,

En zag bij die gelegenheid Veel zwarte mans en vrouwen.

Refrein.

14.

Maar nergens kon 'k — hoe vreemd dit schijn' —

Een groot verschil ontdekken,

'k Vond menschen juist zooals hier zijn,

En even zulke gekken,

Dan heb je niet veel wijsheid opgedaan,

Vertel ons maar niet verder, heer Jurriaan.

,

Sluiten