Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47. Zangerslied.

1. Was mu - ziek en zang er niet, 't Le - ven had geen Kom - mer, zor - gen en ver - driet Speel - den baas op

waar - de. Maar nu God ons le - vens - lang Dien schat heeft geaar - de.

ge-ven, Doet ons vroo-lijk lof - ge - zang Steeds dien vij - and be - ven.

Vroolijk.

J. A. Hiller.

2. Als ons eens de moed ontzinkt Leed ons is beschoren Als dan slechts de zangtoon klinkt

En wij 't lied doen hooren, Dan zal blijdschap ook gewis

Treurigheid vervangen;

Wat de dauw voor 't aardrijk is, Zijn der ziele zangen.

3. Hoort, de vogels gaan ons voor, Zonder zorg of hinder;

Slaat al d' een wat harder door,

d' Ander zingt niet minder, Lof en dank vermelden zij,

Voor wat zij ontvingen ; Daarom, broeders, laten wij Heel ons leven zingen.

0

Sluiten