Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ELFJES.

Nu, je kunt begrijpen hoe graag Benno nog meer van die mooie bosch-elfjes zien wou! Daarom nam Mosbaard hem mee naar een grasveldje aan den rand van het bosch. Het heele veldje blonk en schitterde van de dauwdroppeltjes die de elfjes overal op de bloempjes gestrooid hadden. En er stonden wel honderd-duizend bloempjes: witte madeliefjes met roode randjes, en boterbloempjes zoo geel als goud, en klaproosjes die net vuurvlammetjes leken, zoo rood waren ze! En midden op het weitje, tusschen de bloemen van allerlei kleur, daar danste een kring van zes bosch-elfjes een vroolijk dansje; hun blonde haartjes wapperden in de lucht en zij zongen er een klein liedje bij; dat was zoo:

Daar komt Mosbaard met zijn knuppeltje,

Met zijn lange witte sik,

Op zijn muts een dauwe-druppeltje; —

Elfjes, danst een heiela-huppeltje!

Hojela! wat een schik!

Legt de handjes tot een kringetje,

Laat geen voetje blijven staan; — 'n Heiela-hojela-hupsa-springetje, 'n Zingelde-klingelde-reiela-ringetje:

Daar komt Mosbaard, daar komt Mosbaard,

Elfjes, daar komt Mosbaard aan!

Hopsa-heiela-hojela-hop,

Mosbaard, is de zon al op?

Sluiten