Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORREDE

Enkele woorden ter begeleiding tegelijk van dit Supplement op de Inleiding tot de wet R. Org. en van het binnen kort te volgen Supplement, dat betrekking heeft op de wet zelf.

De Inleiding R. O. is in vijf tempo's verschenen, het eerste stuk in 1906, het tweede in 1907, het derde in 1908, het vierde in 1909, eindelijk het laatste in 1915. Jurisprudentie en litteratuur zijn sedert die jaren zoozeer toegenomen dat het Supplement op de Inleiding vrij omvangrijk is geworden. Hoewel dat niet in gelijke mate het geval is met het Supplement op het tweede gedeelte van het werk, de wet R. O. zelf, waarvan het eerste stuk in 1923, het tweede in 1924 en het slot in 1925 zijn verschenen, werden toch onze rechterlijke colleges sedert die jaren voor allerlei nieuwe kwesties geplaatst. In het bijzonder vestig ik de aandacht op de vraag betreffende de competentie van den Kantonrechter bij een terugvordering van een of meer betaalde termijnen, zelf beneden de f 200, terwijl de gezamenlijke bij het geschil betrokken termijnen dat bedrag te boven gaan (zie bij R. O. 2e ged. pag. 209 en 350).

In dit Supplement zijn de verwijzingen van het oorspronkelijke werk naar oudere uitgaven van boekwerken zooveel doenlijk vervangen door die naar de jongste edities. En met de veranderingen in onze wetgeving is doorloopend rekening gehouden. Het was echter niet mogelijk nu reeds de vernummering aan te geven der artikelen van de Gemeentewet, waarheen de Inleiding verwijst, welke vernummering moet geschieden, als de Eerste Kamer het thans bij haar aanhangige wetsontwerp tot wijziging der Gemeentewet zal hebben aangenomen. Het tijdstip van invoering dier wijzigingswet is onzeker en daardoor ook de beantwoording der vraag of in de vernummering de nu nog bestaande, doch ingevolge

Sluiten