Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJ

p. 1.

508 v. b. en Themis 1920 p. 31—32, 334 v. o.—336 j° 1919 p. 430. — Over strafvonnissen vgl. Inl. p. 309. —In de jurisprudentie zie Hof Amsterdam 31 Dec. 1908 W. 8852, P. v. J. 839.

P. 2, reg. 11 v. b. (verwijzing naar — Léon — op art. 11 A. B.): zie aldaar no. 2.

P. 2, alin. 1 i. f. Gaüpp-Stein, zie Stein-Jonas, Die Z. P. O., 12e dr. I p. 607—613 (er is een 14e dr. van 1928—1929).

P. 2, alin. 2 (buitenlandsche litteratuur): Laband, 5e dr. III p. 369— 380; O. Mayer, Deutscbes Yerw. I, 3e dr. p. 5—7, 77, 132— 138, 151—152. — Toevoeging: O. Mayer in A. ö. R. 21 p. 44— 57; Tezneb, Die... Theorien ... (Inl. p. 616 geciteerd) p. 126— 142; A. Merkl, Allgemeines Verwaltungsrecht (1927) p. 23—44. Deze bestrijdt p. 32—36 het maken eener materieele onderscheiding tusschen rechtspraak en administratie als onvruchtbaar. Dat is zij echter niet als men, anders dan hij en de in Oostenrijk gangbare leer, er het rechtsgevolg aan toekent dat gezag van gewijsde enkel is verbonden aan de rechtspraak in materieelen zin. H. Kelsen, Justiz und Yerwaltung (1929), die voor een goed deel hetzelfde standpunt inneemt als Merkl, gaat p. 5—7 nog verder en ontkent het bestaan van een verschil tusschen rechtspraak en administratie, voorzoover deze niet direkt in het leven ingrijpt („unmittelbare Verwaltung"). Men kan echter kwalijk volhouden dat de taak van de „mittelbare Yerwaltung" niets anders is dan het als onpartijdige beslissen van gedingen (geschillen). Zie verder Stier-Somlo in Staatsrechtliche Abhandlungen, Festgabe für Laband (1908) II p. 445—514; Balog in Zeitschr. f. d. Priv. und öfFentl. Recht der Gegenwart 1907 p. 123—168; Japiot in Revue crit. de lég. 1914 p. 295— 297 en in Revue trim. de droit civil 1915 p. 423—424; Carré de Malberg, Contribution a la théorie générale de 1'Etat I (1920) p. 691—816, II (1922) p. 120, waarbij vgl. Vizioz in Revue générale du droit 1928 p. 93—102, 182—187, 1929 p. 2—27; Dugüit in Revue du droit public 1922 p. 165—189 en p. 347—376, diens Traité de droit constitutionnel, 2e dr. II (1923) p. 308 vv.;

Sluiten