Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«IJ P. 5.

2e uitg. van v. Steng-el's Wörterbuch des Deutschen Staatsund Verwalt.rechts I (1911) v° Freiwillige Gerichtsbarkeit § 1, p. 848—849. Voorts R. Guilmabd, Juridiction gracieuse, diss. Caën 1913 p. 113 vv.; Japiot in Revue crit. de législation 1914 p. 342—.366 en in Revue trim. de droit civil 1912 p. 771 — 772, 777—778, 781- 789, 816, 1043—1050,1057—1063,1069— 1078, 1915 p. 425; Audinet in J. D. I. 1917 p. 1246—1249; O. Mayer, Deutsches Verwalt.recht, 3e dr. I p. 6; F. Stein, Grenzen und Beziehungen zwischen Justiz und Yerwaltung (1912) p. 36; E. Josef, Die freiwillige Gerichtsbarkeit (1913) p. 4 vv.; Köhne in D. Jur. Zeit. 1912 kol. 1380—1382; K. Hellwig, Lebrbuch des Deutschen Civilprozessrechts I (1903) p. 41—42, 44 vv., 75 vv., 80 en zijn System des Deutschen Zivilprozessrechts I (1912) p. 53 — 60; Weyr in Zeitschr. für öffentl. Recht 3 p. 498—502. — Van Fransche jurisprudentie zie Cass. 19 Juni 1923 D. P. 1926. 1. 8, S. et P. 1923. 1. 376 (in noten 1—4 vroegere arresten).

Bij de voluntaire jurisdiktie staat de (rechterlijk-administratieve) bescherming der belangen van de betrokkenen op den voorgrond. Beslissing van hun geschillen kan daartoe noodig zijn, maar is niet het hoofddoel, wat wèl het geval is bij de eigenlijke civiele rechtspraak. Dit verschil verklaart m. i. dat zonder speciale wetsbepaling de beslissingen in voluntaire jurisdiktie geen gezag van gewijsde hebben (Inl. no. 2), welk gezag ook bij constitutieve vonnissen in de eigenlijke rechtspraak is verbonden aan het daarin vervatte deklaratief omtrent eischers recht op bet verkrijgen eener uitspraak in bepaalden zin.

Over de vraag, of de (nu afgeschafte) huurcommissies en in beroep van haar beslissingen de Kantongerechten eigenlijke rechtspraak hebben uitgeoefend dan wel of er bij deze laatste sprake was van voluntaire jurisdiktie, zie Handel" Tweede Kamer 1916—1917 p. 1017 kol. 2, 1132—1133 ja p. 1028 kol. 1, 1917—1918 p. 1860 kol. 2—p. 1861, p. 1865 kol. 2—p. 1866,

Sluiten