Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 13.

lingen Ambacht, De exceptie van onbevoegdheid, diss. Leiden 1891 p. 28—30; Kuhn, diss. p. 123.

P. 14, reg. 4—6 v. b. De woorden „èn omdat.... — gold, èn" zijn te schrappen, daar een uitdrukkelijke beslissing over de competentie een eindbeslissing is, ook als zij in een interlocutoir staat; vgl. Inl. p. 132.

5 A. Een beslissing des Kantonrechters over zijn competentie naar art. 41 R. O., steunend op een aanvankelijke beoordeeling der bewijskracht van het door den huurder overgelegde schriftelijk stuk, geeft geen beslissing met gezag van gewijsde over die bewijskracht, laat staan over het bestaan eener nieuwe huur.

Rb. Amsterdam 18 Juni 1926 W. 11551 implicite. Inderdaad brengt m. i. het gezag van gewijsde der beslissing over de competentie niet gelijk gezag mee voor de praejudicieele overweging, waarop zij steunt, terwijl buitendien die praejudicieele overweging hier slechts een aanvankelijk oordeel is, dat reeds daardoor geen gezag van gewijsde kan hebben.

P. 14, no.6. — j4wdersFocKEMAin T. v.S. 16 p.439. Art. 2181id4Sv. 1886 is niet overgenomen in Sv. nieuw, waarvan vgl. artt. 348—349.

P. 15, al. 1 i. f. In plaats van verwijzing naar art. 247 Sv. (1886) nu te lezen: zie echter thans het slot van art. 423 lid 2 Sv.

P. 15, al. 3 i. f. Toevoeging: zie op art. 99 R. O., F no. 3d en en op artt. 105—106 R. O. no. 26. Vgl. betreffende de executoirverklaring eener arbitrale uitspraak voor de gebondenheid van den President na verwijzing door het Hof aan diens arrest, H. R. 15 Nov. 1917 W. 10197, N. J. 1917 p. 1226 en het arrest a quo, Hof Amsterdam 3 Mei 1917 W. 10096, N. J. 1917 p. 493 (vernietigend Pres. Rb. Amsterdam 27 Maart 1917 W. 10079, N. J. 1917 p. 491). Zie voorts Hof ZuidHolland 12 Okt. 1866 W. 2849, vernietigend Rb.'s-Gravenhage 24 Juli 1866 W. 2826. — Van O. MAYERzie nu den 3n dr. I p. 171.

P. 17, no. 10. — Lacoste, zie den 3n dr. (aangevuld). — Bij het Inl. p. 17 vermelde arrest Cass. 22 Mei 1900 vgl. Cass. 15 Nov. 1904 D. P. 1905. 1. 254, 12 Juni 1907 D. P. 1909. 1. 461,

Sluiten