Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 23.

Stbl. 696 kan het geval zich niet meer op gelijke wijze voordoen.

P. 24, reg. 2—3 v. b. — Gaupp-Stein, zie Stein-Jonas, 12e dr. I p. 658-659.

P. 24, no. 2, voorlaatste regel. — Na „nemen" in te voegen: C nos. 12—14.

P. 24, no. 4, reg. 7. — Bij „valt" een noot: Ygl. voor Frankrijk Dalloz, Rép. v° Comp. civ. des tribunaux de paix no. 308 en Rép. prat. v° Comp. civ. des juges de paix no. 33.

P. 24, reg. 4 v. o. — Na „steunde" in te voegen: (vgl. no. 7 op art. 42 R. O.).

P. 24, reg. 1 v. o. — Na „vordering" in te voegen: (in materieelen zin).

P. 25, no. 4 i. f. — Toevoeging: over Rb. 's-Hertogenbosch 26 Nov. 1920 N. J. 1922 p. 625 zie no. 16ö op R. O. art. 39 D. — De Fransche jurisprudentie neemt aan dat, als een vordering verschillende met elkaar in verband staande objekten heeft, waarvan het eene op zich zelf de Rechtbank, het andere den vrederechter bevoegd zou maken, de competentie der Rechtbank moet voorgaan, daar deze de gewone rechter is, zie Cass. 12 Maart 1913 D. P. 1916. 1. 236, waar de noot vroegere beslissingen vermeldt.

6 A. Vordert eischer een saldo boven de f 200 als verschuldigd deels wegens voorschotten op de aan gedaagde krachtens arbeidscontract toekomende provisie, deels wegens aan gedaagde geleverde goederen na aftrek van verdiende provisie, terwijl niet blijkt voor hoeveel voorschot zou zijn verstrekt noch voor hoeveel er is geleverd, dan spruit het gevorderde bedrag voort deels uit arbeidscontract, deels uit verkoop. De Rechtbank is voor het eerste incompetent en zou het ook zijn voor het tweede, indien dit niet boven de f 200 was, wat echter niet blijkt. Dan moet voor het tweede punt de vordering niet ontvankelijk worden verklaard. Dat gedaagde bij nadere overeenkomst erkend heeft het gevorderde schuldig

Sluiten