Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 23.

te zijn, zonder den wil tot schuldvernieuwing te kennen te geven, doet niet af, daar de grondslagen der vordering dan toch dezelfde blijven.

Rb. Amsterdam 16 Maart 1917 W. 10174 p. 3, N. J. 1917 p. 559. Ygl. Suppl. bij R. O. 2e ged. p. 409.

6 B. Een vordering tot betaling van ruim f 666, zijnde f 560 als verschuldigd krachtens een overeenkomst, vallende onder art. 1637u B. W. en ruim f 106 als geleend, is ter competentie van den Kantonrechter, daar het tweede bedrag niet boven de f 200 is, terwijl art. 39 no. 3 R. O. op het eerste toepasselijk is.

Rb. Amsterdam 5 April 1912 W. 9427.

P. 25, no. 6 i. f. — Toevoeging: In anderen zin Hof NoordHolland 6 Mei 1858 W. 2002, R. B. 1860 p. 55. Zie nog Hof 's-Gravenhage 23 Mei 1877 R. B. 1879A p. 25, vermeld op art. 39 R. O., B no. 17b.

P. 26, no. 7 i. f. — Na „art." in te voegen: A no. la, hierna aangevuld.

P. 26, no. 8, 12e regel. — Na „42 R. O." in te voegen: no. 3a.

P. 26, no. 8, 18e regel. — Na „te vermelden op art. 41 R. O." in te voegen: A no. la.

P. 26, reg. 8 v. o. — Na „nader op art. 41 R. O." in te voegen: A no. 2a.

P. 26, reg. 1 v. o. — Toevoeging: no. 21a op R. O. art. 38Ben verwijzingen aldaar; vgl. no. 2 op art. 39B.

8 A. Rb. Assen 15 Maart 1921 W. 10850 splitste een vordering, die strekte 1° tot ontruiming van het tegen ƒ200'sjaars gehuurde, zoo noodig met ontbinding der huur wegens wanbetaling (waarvoor dus art. 42 R. O. gold) en 2° tot betaling van f 500, zijnde 21/s jaar huur. De Rechtbank meende dat cumulatie van vorderingen geen invloed heeft op de competentie, wat zoo algemeen gesteld, onjuist is, daar het niet opgaat, als enkel de waarde der vordering in aanmerking komt.

P. 27, no. 9, reg. 4 v. o. — Na „geheel" in te voegen: zie voorts

Sluiten