Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JÖ1J

P. 39.

P. 39, reg. 7 v. b. — Na „geciteerd" in te voegen: casseerend de incompetentverklaring van Hof Leeuwarden 27 Maart 1889 P. v. J. 1889 no. 48 en van het daarbij bevestigde vonnis Rb. Groningen 25 Mei 1888 P. v. J. 1889 no. 45

P. 39, no. 12 i. f. staat: G no. 30, lees: G no. 1 (verwijzing naar Themis 1920, alwaar zie p. 14 noot 77).

P. 39, no. 13 i. f. — Na „Pi. O." in te voegen: G no. 20&.

P. 39, no. 14 i. f. —Toevoeging: Vgl. Rb. 's-Gravenbage 23 Maart 1920 W. 10699, ten aanzien der niet-ontvankelijkverklaring van een eisch tot bepaalde schadevergoeding, steunend op het niet naleven der bepalingen van de Distributiewet 1916 aangaande de wijze van vaststellen der schadevergoeding.

P. 40, no. 15 i. f. — Toevoeging: Zie Hof Amsterdam 25 Okt. 1922 N. J. 1923 p. 1155: een beroep op het gezag van gewijsde eener vroegere beslissing kan niet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het appèl van het vonnis in het nieuwe proces (vgl. Inl. IX no. 3).

P. 40, no. 17 i. f. — Toevoeging: Ygl. A no. 4b vóór art. 38 R. O. (p. 196).

P. 40, reg. 6 v. o. — Na „R. O.'' lees: C no. 29 (verwijzing naar R. Mag. 1922). — Wat daarna nog Inl. p. 40 in no. 18 volgt vervalt, daar het niet een overtollige vordering betreft.

P. 41, no. 20 i. f. — Na „R. O." toe te voegen: G no. 9b i. f. (p. 102—103).

P. 41, no. 21. — Rb. Groningen 2 Jan. 1841, Het Regt in Nederland 3 p. 276. — No. 21, 3e reg., na „macht" in te voegen: vooralsnog

P. 42, 22 A. — Ktg. II Amsterdam 7 Dec. 1848 R. B. 1849 p. 51 verklaarde zich incompetent voor een terugvordering van f 100, op overweging dat die vordering niet zou kunnen worden toegewezen dan na vernietiging eener overeenkomst, die over f 425 liep, zoodat de Kantonrechter tot die vernietiging niet bevoegd was. — Ware die vernietiging gevraagd, dan zou de incompetentverklaring juist zijn geweest; nu zij niet was ge-

Sluiten