Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 42.

vraagd, had de motiveering moeten leiden tot niet-ontvankelijkverklaring.

P. 42, no. 28 al. 2 i. f. In plaats van „C § 2", lees: C no. 4. Toevoeging: Dat het verwaarloozen van den wettelijken termijn bij het aanhangig maken der zaak (bij het gebruik maken van een rechtsmiddel) geen reden is voor incompetentie, maar voor niet-ontvankelijkverklaring, overwoog Hof 's-Gravenhage 6 Dec. 1920 W. 10795.

P. 42, no. 28 al. 3 i. f. — Toevoeging: In een soortgelijk geval sprak Rb. Amsterdam 16 April 1841 R. B. 1846 p. 173 een niet-ontvankelijkverklaring uit, na overweging dat de Rechtbank vooralsnog onbevoegd was te jugeeren. Bij deze overweging vgl. Rb.. Zutphen 2 April 1840 W. 164. Ygl. voorts Ktg. 's-Gravenhage 20 Jan. 1922 R. B. A. 10 p. 92: dat de vordering, als niet betrekkelijk tot een arbeidscontract, niet bij verzoekschrift had mogen zijn aangebracht, leidt tot nietontvankelijkverklaring en niet tot onbevoegdverklaring.

23 A. Als rekening en verantwoording had moeten zijn gevraagd, doch betaling van een vast bedrag is gevorderd, dan leidt dit tot niet-ontvankelijkheid, niet tot onbevoegdheid.

Rb. Amsterdam 16 Nov. 1917 W. 10248.

23 B. Is bedongen dat alle vorderingen uit zeker vrachtcontract moeten worden ingesteld tegen de reederij en bij een bepaald rechter, en wordt een vordering dan bij een ander rechter tegen den schipper ingesteld, dan is die andere rechter niet onbevoegd, doch de vordering niet ontvankelijk als niet ingesteld tegen de reederij.

Rb. Rotterdam 26 Juni 1908 W. 8846.

23 C. Vgl. nog hierna op Inl. p. 75, no. 78 i. f., naar aanleiding van H. R. 28 Jan. 1926 over het niet volgen dooreen advocaat van den weg bij het Tarief in burgerlijke zaken aangewezen en het in plaats daarvan instellen eener rau-actie. Dat heeft niet te leiden tot onbevoegd-, maar tot nietontvankelijkverklaring.

Sluiten