Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 42.

23 D. Over de vraag, of als in strijd met een overeenkomst tot het zich aanmelden bij den Kantonrechter, de vordering bij de Rechtbank wordt gebracht, onbevoegd- dan wel nietontvankelijkverklaring moet volgen, zie hierna op art. 43 R. O. bij no. 1.

23 E. Het in de boven bedoelde procedures voor burgerlijke zaken aangenomen beginsel geldt ook in het strafgeding. Minder juist was daarom de motiveering van H. R. 16 Dec. 1912 W. 9431, R.spr. 222 § 39, N. J. 1913 p. 308, zie noot D. S. W. 1. 1. Dit arrest is gewezen naar aanleiding van art. 68 Sv. 1886, vgl. nu artt. 221 vv. Sv.

P. 42, no. 24, reg. 2. — De woorden „waar overigens de rechter competent moet geacht" zijn te cursiveeren: heeft het geschil tot voorwerp het bestaan van het recht op een bevel, dat de rechter niet mag geven, dan is hij incompetent (vgl. b.v. Hof Leeuwarden 6 Mei 1914 N. J. 1914 p. 917). Incompetent is hij overigens als het bevel wel mag worden gegeven, maar niet door hem (vgl. hierna bij Inl. p. 72).

P. 43, reg. 15—16 v. b. In plaats van „99 no. 3 R. O.", lees: 99 R. O. onder F.

P. 43, reg. 15 v. o. — Laferrière, 2e dr. II p. 396—401.

P. 45, no. 27, al. 2. — Toevoeging: Vgl. Hof Brussel 18 Juli 1827 Pa,sier. beige 1827 p. 250 in verband met artt. 6 en 17 Mijnwet 21 April 1810 (Fortuyn III p. 111).

P. 45, no. 27 i. f. — Na „R. O." toe te voegen: E no. 2. Vgl. ook het slot der achtste rechtsoverweging van Pres. Rb. Rotterdam 10 Okt. 1916 W. 10045, N. J. 1917, p. 749 en de niet-ontvankelijkverklaring door Pres. Rb. Dordt 3 Juni 1910 W. 9061.

P. 45, no. 28, al. 1 i. f. — Toevoeging: Maar de kritiek van v. Schaik, diss. (Inl. p. 155 geciteerd) p. 212 v. o. op het arrest H. R. van 1873 schijnt te vergeten dat de Hooge Raad had uit te gaan van eigen standpunt en niet van dat, door Hof of Rechtbank in deze zaak ingenomen.

Sluiten