Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 63.

P. 63, reg. 9 v. b. — In plaats van „en op art. 1 het slot van E no. 3", lees: F no. 6 (verwijzing naar Themis 1921).

P. 63, al. 1 i. f. — Toevoeging: Vgl. nader Inl. p. 231—233 jis p. 244—245.

P. 64, no. 55 i. f. — Toevoeging: Léon-De Klerck, Rechtspr. wet invordering, enz. (1906) no. 55 jis nos. 5, enz., op art. 15.

P. 64, no. 56, al. 2. — Toevoeging: Betreffende de vroegere Bedrijfsbelasting, in het geval van het sedert geschrapte lid 6 van art. 15 der wet van 1845: de overwegingen van Rb.'s-Gravenhage 26 Okt. 1915 N. J. 1916 p. 113, W. P. N. R. 2405 (vgl. hierna bij Inl. p. 67, no. 59 i. f.), welk vonnis echter in zijn dictum de vordering niet ontvankelijk verklaarde.

P. 65, reg. 7 v. b. — Na „op" in te voegen: het toenmalige

P. 65, reg. 13 v. b. — Na „hierna)." in te voegen: Verder Hof Amsterdam 29 Okt. 1920 W. 106^6, N. J. 1921 p. 130 en het vonnis a quo, Rb. Amsterdam 27 Jan. 1919 W. 10462, N. J. 1919 p. 455; Rb. Breda 21 Juni 1921 W. 10862; Rb. Haarlem 26 Maart 1929 W. 12008 en 11 Jan. 1927 N. J. 1928 p. 17 (schoolgelden); Rb. Leeuwarden 7 Juni 1923 N. J. 1924 p.638; Ktg. den Helder 19 Juni 1924 W. 11213.

P. 65, reg. 16 v. b. — Na „uit" in te voegen: het toenmalige

P. 65, reg. 12 v. o. — Na „R. O.)." in te voegen: Vgl. ook Ktg. 's-Gravenhage 9 Sept. 1918 W. 10297 (óp hier niet ter zake dienenden grond gecasseerd door H. R. 7 Febr. 1919 W. 10393 p. 3, N. J. 1919 p. 321). — Na „van" in te voegen: het toenmalige

P. 65, reg. 2 v. o. i. f. — Na „1891" in te voegen: Aangaande Rb. 's-Gravenhage 26 Okt. 1915 zie boven bij Inl. p. 64, no. 56.

P. 66, reg. 4 v. b. — Na „H. R." in te voegen: 27 Febr. 1924 W. 11154, N. J. 1924 p. 289, G.st. 3786 (9°), W. v. G. 3 no. 10 (5°);

P. 66, reg. 16 v. b. — Na „op" in te voegen: het toenmalige.

- Na „en" in te voegen: met gelijk beroep

P. 66, reg. 13 v. o. — Na „op" in te voegen: het toenmalige

Sluiten