Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m

P. 68.

P. 68, no. 62. — De wet op de Vermogensbelasting is op het in no. 62 bedoelde punt gewijzigd, zie nu tekst Stbl. 1928 no. 138. De beslissing der Kroon is vervangen door die van den Raad van beroep voor de directe belastingen. De Inl. 1. 1. vermelde plaats bi] Léon-v. Walsem is dan ook in de tweede uitgaaf van 1920 vervallen.

P. 69, § 14. — Met de nos. van deze § 14 houdt verband de door Besier in R. Mag. 1914 p. 570—573, 577—583 besproken vraag, naar welke omstandigheden de rechter zijn competentie in het algemeen heeft te beoordeelen, gelijk ook de vraag (waarover 1. 1. p. 574—597) aangaande de bewijslevering voor de gegevens, waardoor die competentie wordt bepaald. Bi] Besier's opstel vgl. v. S(looten) in W. P. N. R. 2350 p. 24—25.

P. 69. — Na reg. 11 v. b. in te voegen: Pres. Rb. Dordt3Juni 1910 W. 9061 overwoog dat hij voor de door een dijkeigenaar tegen hem, die zonder eischers vergunning in den dijk had gegraven, ingestelde vordering tot herstel in den vorigen toestand onbevoegd zou zijn, indien gedaagde gedekt was door de van waterschap en gemeente tot het graven verkregen vergunningen. Ook dit vonnis zag over het hoofd dat de vordering steunde op eigendom en de daaruit door eischer afgeleide, dus gestelde, rechtsverhouding van partijen, zoodat de bedoelde overweging slechts invloed mocht hebben op de ontvankelijkheid der vordering. Juister op dit punt in appèl Hof 's-Gravenhage 12 Juni 1911 W. 9269.

P. 69, no. 63 i. f. — Toevoeging: G.st. 954 meent dat het betoog van De Jonge 1. 1. p. 338—352 had moeten leiden tot het aannemen der door hem p. 363—366 ontkende competentie der rechterlijke macht voor een geschil tusschen twee gemeenten over den onderhoudsplicht, bedoeld in artt. 231 j° 230 Gem.wet. De uitlegging dier artikelen heeft echter enkel invloed op de ontvankelijkheid der vordering. — Bij dit no. 63 en de volgende nos. vgl. Gobz, Die Verwaltungsrechtspflege in Württemberg (1902) p. 72—74 jis p. 17—20.

Sluiten