Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 76.

W. v. G. 6 p. 107; Ktg. Delft 12 Nov. 1925 G.st. 3869 (5°); Ktg. Venlo 25 Okt. 1924 W. 11295.

P. 77, reg. 6 v. o. — In plaats van „§ 3", lees: no. 9 (verwijzing naar R. Mag. 1921).

Pij Hoofdstuk XI (Accessoire vorderingen).

P. 78, § 1. — Toevoeging: Welke vorderingen zijn accessoir?

P. 78, no. 1, al. 1 i. f. — Toevoeging: Wurzer in Beitriige Zur Erlauterung des deutschen Rechts 53 p. 48—78.

P. 79, al. 1 i. f. — Toevoeging: Zie nader Inl. XV no. 14.

P. 79, no. 4. — v. d. Kemp-Dü Pui (5e dr.) p. 592 v. b.

P. 79, reg. 7 v. o. — Na „leen" in te voegen: (stichting)

P. 81, no. 8, reg. 6. — Na „vonnis" in te voegen: no. 5b. — Na „R. O.)" in te voegen: Rb. Breda 19 Juni 1923 N. J. 1924 p. 90; Rb. Roermond 27 Maart 1924 W. 11383, N. J. 1924 p. 513;

P. 81, reg. 16 v. o. — Na „ook" in te voegen: Rb. Almelo 4 Dec. 1912 W. 9447, bevestigd door Hof Arnhem 25 Juni 191-3 W. 9545, N. J. 1913 p. 1057,

P. 81, reg. 12 v. o. — Na „no. 9)." in te voegen: Zoo ook Rb. Middelburg s. d. R. B. 1847 p. 225 (in appèl achtte Hof Zeeland 27 Okt. 1846 1. 1. p. 229 twee hoofd vorderingen aanwezig; vgl. de noot van Inzender 1. 1. p. 229—230).

P. 82, reg. 4 v. b. — Na „hierna" in te voegen: , Meijers in W. P. N. R. 2596—2598 en de daar geciteerde jurisprudentie

P. 82, reg. 6 v. b. i. f. — In te voegen: Ygl. ook Rb. Amsterdam 27 April 1906 W. 8573, W. P. N. R. 1963 en 1972: in art. 1303 B. W. wordt de vordering tot schadevergoeding niet genoemd als een sequeel der ontbindingsactie, als daaraan onafhankelijk [lees: onafscheidelijk] verbonden; dus behoeft zij het lot der laatstbedoelde vordering [hier ten opzichte van de ontvankelijkheid] niet te deelen. Zie voorts Hof 's-Gravenhage 9 Jan. 1911 W. 9148: deze vordering tot schadevergoeding, ingesteld niet ter zake van de ontbinding, maar van de wanprestatie, is geen sequeel der vordering tot ontbinding. Over

Sluiten