Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 93.

P. 93, reg. 7 v. o. — Na „1672" in te voegen: Implicite ook Hof 's-Hertogenbosch 28 Juni 1880 G.st. 1556; Rb. 's-Hertogenbosch 20 Jan. 1847 W. 840.

P. 94, reg. 15 v. b. — Na „R. O." in te voegen: D. no. 17a (p. 48)

P. 94, reg. 15 v. o. — Na „noten" in te voegen: (vgl. Inl. p. 390 v. o.—392)

P. 94, reg. 7 v. o. — Na „1926" in te voegen: Ook Rb. Utrecht 11 Mei 1910 W. 9267, vernietigd door Hof Amsterdam 20 of 21 Febr. 1913 W. 9468, N. J. 1913 p. 591, W. P. N. R. 2286, G.st. 3225 (10°), op grond eener uitlegging van het provinciale reglement, in cassatie niet gedeeld door H. R. 13 Maart 1914 W. 9667, N. J. 1914 p. 614, G.st. 3291 (7°), W. B. A. 3418.

P. 95, reg. 2 v. b. — Na „18" in te voegen: (met de verwijzing hierboven in het Supplement mede naar het arrest in appèl)

P. 95, reg. 4 v. b. toe te voegen: D no. 24.

P. 95, no. 31 i. f. toe te voegen: no. 2.

P. 95, reg. 14 v. b. — Na „1879" in te voegen: voorts implicite Hof Arnhem 30 Dec. 1908 W. 8858; Rb. Arnhem 19 Dec. 1901 W. 8079,

P. 96. 34 A. Is de vordering tot schadevergoeding niet tegelijk met die tot opheffing, doch afgescheiden daarvan ingesteld, dan herleven de gewone regelen der (relatieve) competentie, waarop ingeval van gelijktijdige berechting een uitzondering wordt gemaakt.

Rb. Amsterdam 10 Mei 1907 W. 8700, bevestigd door Hof Amsterdam 26 Nov. 1909 W. 9005.

P. 96, no. 35 i. f. — Toevoeging: Zie ook Rb. Roermond 27 Maart 1924 W. 11383, N. J. 1924 p. 513 en vgl. de motiveering (hoewel de beslissing sprak van de ontvankelijkheid der vordering) van Ktg. Alkmaar 14 Okt. 1910 W. 9175, R. B. A. 3 p. 49, aangaande welk vonnis zie R. O. 2e ged. p. 415 v. b.

P. 98, reg. 3 v. b. — Na „R. O." in te voegen: (no. 5a)

P. 99, § 4. (Van-waarde- en van-onwaardeverklaring van conservatoir e beslagen).

P. 99, reg. 4—3 v. o. — De daar bedoelde noot is overgenomen

Sluiten