Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 101.

P. 101, reg. 4 v. o. — Na „was" in te voegen: Voor welk geval zie ook, met het oog op art. 738, Rb. Amsterdam 11 Maart 1927 W. 11664, R. B. A. 15 p. 27.

P. 102, al. 1 i. f. — v. Rossem, zie 2e dr. II p. 824—825, 333—834.

P. 102, reg. 3 v. o. — Toevoeging: Bij a en b zie H. R. 7 Nov. 1929 W. 12075, N. J. 1929 p. 1755, in cassatie van het op dit punt anders gewezen vonnis Rb. Rotterdam 4 Febr. 1929 W. 12013, N J. 1929 p. 684 en betreffende een vordering tot verhaal van verleenden onderstand en tot vanwaardeverklaring van daarvoor gelegd derden beslag; H. R. 29 Juni 1928 W. 11883 (met noot S. B.), N. J. 1928 p. 1519 (met noot E. M. M. p. 1521—1522), R. B. A. 16 p. 65, gewezen contra 0. M. en enkel gemotiveerd voor het geval dat de hoofdvordering en die tot vanwaardeverklaring zijn aangebracht bij de Rechtbank der woonplaats van den schuldenaar. — S. B. 1. 1. wijzigt zijn meening van Hoofdstukken no. 78. Zijn nieuwe uitlegging van artt. 734 en 738 is m. i. gewaagd en onjuist zijn meening dat hoofdvordering en eisch tot vanwaardeverklaring éénzelfde vordering zijn (vgl. R. O. 2e ged.p. 259 v. b. en Suppl. daarop). Wel sluit laatstbedoelde eisch den eersten in, maar het omgekeerde gaat niet op. — E. M. M. bestrijdt de zienswijs dat de twee vorderingen onafscheidelijk zijn. Daarmee wordt echter slechts bedoeld dat er over de vordering tot vanwaardeverklaring (tenzij deze op formeele gronden wordt afgewezen) niet kan worden geoordeeld zonder te beslissen over de hoofdvordering. Dit neemt niet weg bdat laatstbedoelde beslissing afzonderlijk kan zijn of nog worden gegeven. In het laatste geval kan en moet de beslissing over de vanwaardeverklaring afhankelijk worden gesteld van die over de hoofdvordering, ook als

deze door een ander rechter is of nog moet worden uitgesproken.

— Gemeld arrest H. R. van 1928 verwierp de cassatie tegen Hof 's-Gravenhage 19 Dec. 1927 N. J. 1928 p. 1332, dat had overwogen: art. 39 no. 3 R. O. is niet toepasselijk op de vordering tot vanwaardeverklaring van een beslag; de daarvoor

Sluiten