Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 103.

uit de bij ons bestaande wettelijke bepalingen voor die vanwaardeverklaring in verband met het stelsel onzer wet, dat de berechting van aan elkaar verknochte vorderingen door denzelfden rechter bevordert. Maar al wil de wet haar eigen competentiebepalingen ten aanzien der zelfstandig ingestelde hoofdvordering doen achterstaan bij de regeling, die zij geeft voor de berechting der vanwaardeverklaring, daarom is het nog niet ook haar bedoeling dat naar de wet geoorloofde contracten, die de hoofdzaak bij scheidslieden of bij een buitenlandschen rechter willen gebracht zien, ter ziide worden gesteld door de wettelijke regeling der vanwaardeverklaring van een beslag. De concurreerende competentie is hier een bloote vorm, voorzoover de rechterlijke macht gezag van gewijsde toekent aan de beslissing van den bij contract aangewezene. Dit doordat naar de jurisprudentie van den Hoogen Raad de rechterlijke macht de in strijd met het contract bij haar ingestelde hoofdvordering, al is zij daarvoor competent, toch niet ontvankelijk moet verklaren. Ook op de vordering tot vanwaardeverklaring van het beslag, kan de rechterlijke macht dan over die hoofdvordering slechts oordeelen op de basis der beslissing van den contractueel aangewezen rechter. Dit gaat altijd op, als men aan die beslissing gezag van gewijsde toekent en anders met een uitzondering voor het geval dat onze rechter de buitenlandsche beslissing kennelijk onredelijk acht. Bij het hier in verband met Inl. p. 103 gezegde vgl. nog Inl. p. 201.

P. 104, reg. 4 v. o. — In plaats van „door Hof Amst.", lees: door H. R. 12 Mei 1916 W. 9995, N. J. 1916 p. 728, W. P. N. R. 2440, de cassatie verwerpend tegen Hof 's-Hertogenbosch 28 Juni 1915 W. 9930, N. J. 1916 p. 321, waarbij vgl. het vonnis a quo, Rb. Maastricht 22 Juli 1914 N. J. 1915 p. 621, H. R. 27 Juni 1913 W. 9779, N. J. 1913 p. 861 en het arrest a quo, Hof 's-Gravenhage 28 Juni 1912 W. 9358, in appèl van Rb. Middelburg 15 Maart 1911 W. 9160, door Hof Amsterdam 30 Nov. 1914 W. 9791, N. J. 1915 p. 154 en (enz. zie Inl. 1.1.)

Sluiten