Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 112.

§ 5 (Vanwaardeverklaring van gerechtelijk aanbod en consignatie).

P. 113, reg. 1 v. b. i. f. in te voegen: 28 Jan. 1929 W. 11970 en

P. 113, reg. 3 v. b. — Na „vonnis" in te voegen: van 1891.

P. 113, reg. 11 v. b. — Bij „vanwaardeverklaring" een noot: Anders in 1929.

P. 113, no. 50 i. f. toe te voegen: B no. 24.

§ 6. (Appellabiliteit van vonnissen op accessoire vorderingen).

P. 114, reg. 15 v. b. — Na „R. O." in te voegen: no. 5b). — Implicite ook voor een accessoire vordering tot vanwaardeverklaring van een conservatoir derden-beslag Hof Amsterdam 20 April 1916 W. 10036, N. J. 1916 p. 1155.

P. 114, no. 51 i. f. — Toevoeging: Voor H. R. 31 Dec. 1869, boven bij Inl. p. 83 al. 1 geciteerd, zie R. O. 2e ged. p. 880 (no. 5 op art. 40 lid 3 Tarief B. Z.).

P. 114, reg. 8 v. o. — De woorden „(zie het arrest nader op art. 54 R. O.)" zijn te schrappen.

P. 114, reg. 3 v. o. — Na „1. 1." in te voegen: alsmede bij arrest van 27 Jan. 1888 W. 5584, P. v. J. 1888 no. 19 (gecasseerd door het Inl. p. 88 en 115 vermelde arrest H. R. van 1888.

P. 115, reg. 4 v. b. — Na „4484" in ce voegen: In gelijken trant, doch in omgekeerde volgorde, de motiveering van Hof Amsterdam 30 Dec. 1910 W. 9196. Men vrage zich echter af, hoe bij die opvatting de beslissing zou moeten zijn bij een niet appellabel vonnis op de hoofdvordering.

P. 115, reg. 8 v. b. — Na „7936" in te voegen: Vgl. Raad v. Just. Batavia 31 Jan. 1913 Het Recht in Ned.-lndië 100 p. 356: in dat geval is het vonnis niet appellabel, daar de vatbaarheid voor hooger beroep enkel van de hoofdvordering afhangt. Voorts ook Hoogger. Hof N.-Indië 28 Sept. 1916 Ind. T. v. h. Recht 107 p. 275 (278). Anders voor het geval dat er buitendien is een reconventioneele vordering van onbepaalde waarde een arrest van denzelfden datum 1. 1. p. 264 (268).

P. 115, al. 1 i. f. — Toevoeging: Vgl. ook implicite in den zin

Sluiten