Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 162.

P. 162, reg. 4—5 v. b. — Ygl. boven bij Inl. p. 89, reg. v. o. Het in de Inl. over het bier bedoeld art. 1958 gezegde behoudt inzoover zijn beteekenis dat gemeld artikel de uiting was eener door velen en nu ook door den Hoogen Raad aangehangen leer, vg]. boven bij Inl. p. 159 v. o. en in het ontwerp Rv. der St. Comm. van 1911 (1920) boek I, tit. 7, art. 4 (77).

P. 162, reg. 8 v. b. — Bij „beslissing" een noot: Vgl. E. M. M. in W. P. N. R. 2453 p. 653.

P. 162, noot bij p. 161. — Toevoeging: Ygl. nog H. R. 29 April 1926 W. 11505, N. J. 1926 p. 1061 (met noot P. S.), casseerend Hof 's-Gravenhage 8 Okt. 1925 W. 11463, omdat het Hof niet „dezelfde zaak" aanwezig had geacht. Toen was eerst een eisch tot ontruiming wegens geëindigde huur ontzegd omdat niet gedaagde had gehuurd. Daarop volgde een vordering van denzelfden eischer tegen denzelfden gedaagde tot betaling van achterstallige huur voor hetzelfde huis. Dus werd in beide gedingen nakoming derzelfde overeenkomst verlangd en omdat het beide malen de vraag was, tusschen wie de huur was aangegaan, achtte de Hooge Raad dezelfde zaak gevorderd. — Ook als men dit ontkent, zou toch de beslissing dezelfde kunnen blijven, zonder dat men daarvoor gezag van gewijsde voor louter praej udicieele overwegingen behoeft aan te nemen. Door de uitspraak in het eerste proces was met gezag van gewijsde vastgesteld dat eischer tegenover gedaagde geen recht bad uit huur. — Evenmin betrof H. R. 30 Juni 1916 W. 10026, N. J. 1916 p. 859, W. P. N. R. 2453 (met noot E. M. M.), contra O. M. casseerend Hof Amsterdam 11 Okt. 1915 W. 9913, N. J. 1916 p. 86, een zuiver praejudicieele beslissing. De Hooge . Raad was toen van oordeel dat, om aan te nemen dat dezelfde zaak is gevorderd het in een geding als toen gevoerd (over een termijnvordering eener leenschuld) voldoende is dat hetzelfde geschilpunt in de twee processen den rechter ter beslissing is voorgelegd. — M. i. was ook zonder deze ruime opvatting van den term „dezelfde zaak" in art. 1954 lid 2, die het arrest

Sluiten