Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bil

P. 162.

op een betwistbare historische uitlegging deed steunen, de beslissing hier krachtens art. 1953 te verdedigen omdat, ook als men het gezag van gewijsde der louter praejudicieele overwegingen niet aanvaardt, ingevolge de uitspraak in het eerste proces tusschen partijen vaststond dat de schuld van den borg niet meer bestond.

Bij het beroep, dat men doet op „eadem quaestio" is in het oog te houden dat, al is die eadem quaestio noodig, zal er gezag van gewijsde zijn, er omgekeerd nog niet noodzakelijk gezag van gewijsde behoeft te zijn, als er is eadem quaestio. Ygl. hierbij Hellwig, Syst. I p. 804—806.

P. 162, noot 1 i. f. — Toevoeging: Ygl. Anema 1. 1. p. 357.

P. 163, al. 1 i. f. toe te voegen: no. 46.

P. 163, reg. 5 v. o. — Bij „toekent" een noot: Naar het schijnt heeft ook onze wetgever er die strekking aan toegekend, toen hij art. 1957 redigeerde, zie Yoorduin op dat artikel. Maar de wetgever heeft zich toen geen juiste rekenschap gegeven van de strekking zijner bepalingen en art. 1957 is niet bloot een uitzondering op art. 1954 lid 2. Te veel waarde is dan ook aan de hier bedoelde uitlating niet te hechten. Men heeft in deze materie van het gezag van gewijsde bij slot van rekening den C. c. en deze heeft Pothier willen volgen en gevolgd.

P. 164, reg. 2 v. b. — Bij „eenige" een noot: Zie uitvoeriger Anema 1. 1. p. 336—339.

P. 164, noot, reg. 3. — Na „gegeven" in te voegen: Vgl. de slotoverweging van H. R. 8 April 1907 "W. 8526, P. v. J. 691 en zie nu artt. 358 leden 1—3, 359 leden 2—3 jis artt. 349 en 350 Sv. 1925. — In die noot, reg. 6 v. o. tusschen „lid" en „wet" in te voegen: 1

P. 165, tekst, reg. 5 v. o. — Bij „enger" een noot: Is dit niet over het hoofd gezien door Anema 1. 1. p. 349 ja p. 352? M. i. behoeft men aan de processueele vraag: substantieering of individualiseering bij de dagvaarding geen overwegend gewicht

Sluiten