Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 176.

hebben, zoodat in dit geval de Inl. p. 174 onder 3° bedoelde stelling van Bernatzik moet worden aanvaard.

P. 176, tekst, reg. 8 v. o. — Na „194" in te voegen: en 195. — Art. 285 Sv. 1886, zie nu art. 356.

P. 178, noot bij p. 177. — De verwijzing naar no. 18 vervalt, zie de aanteekening op dat no.

P. 178, noot 1, al. 1. — Vgl. boven bij Inl. p. 89, reg. 4 v. o. en bij Inl. p. 162, reg. 4—5 v. b.

P. 178, noot 1, reg. 13 v. o. — Na „gewijsde" in te voegen: Vgl. W. P. N. R. 1950 p. 244 kol. 1 ja p. 246.

P. 178, noot 1, reg. 3 v. o. — Na „1—2" in te voegen :ja p. 4; vgl. W. P. N. R. 1950 p. 241 en verbetering in no. 1952; Binnebts in Themis 1906 p. 57—58; O. Mayer in A. ö. R. 21 p. 21.

P. 179, reg. 15 v. b. — Bij „1958" een noot: Ygl. boven bij Inl. p. 162 (reg. 4—5) ja p. 89.

P. 179, noot. — Toevoeging: Ygl. Handel" Tweede Kamer 1906—1907 p. 1932—1933, 1941, 1944, 1947 kol. 2, 1952 kol. 2, 1954 kol. 2, 1955 kol. 2, 1964 kol. 1, 1965 kol. 1; art. 342 lid 1 in verband met artt. 344a leden 1—2 en 344c lid 2 B. W. en, naar aanleiding van H. R. 15 Dec. 1921 W. 10819, N. J. 1922 p. 42 de noot S. B. in W. 1.1.; hij vindt, m. i. terecht, het stelsel onzer wet onlogisch. Ygl. bij gemeld arrest nog G.st. 3195 (21°).

P. 180, reg. 17-16 v. o. — In plaats van „§ 1 en sub D, speciaal nos. 2 en 17", lees: no. 9 (verwijzing). — Bij het dan volgende vgl. boven bi] Inl. p. 162 (reg. 4—5) ja p. 89.

P. 180, reg. 9 v. o. — In plaats van „§", lees: no.

P. 180, reg. 5 —4 v. o. — In plaats van „D nos. 1 en 2", lees: C no. 9 (verwijzing).

P. 180 v. o.—181 v. b. — Vgl. boven bij Inl. p. 162, reg. 4—5 ja p. 89.

P. 181, al. 1 i. f. — Toevoeging: en Sleutelaar in Themis 1912 p. 490—491 jïs p. 498—500.

P. 182, reg. 12 v. b. — Art. 153 Grw. 1887, nu art. 154

Sluiten