Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 191.

tot vanwaardeverklaring, indien ingesteld, juridiek hetzelfde voorwerp als een vordering tot onrechtmatig- en dus tot vanonwaarde verklaring, daar de eene strekt tot erkenning, de andere tot ontkenning der rechtmatigheid van het beslag. Daarom zou het rationeel zijn dat de wet voor beide gelijke competentiebepalingen gaf. Nu zij dat niet doet, is de beslissing der Haarlemsche Rechtbank betwistbaar, omdat de rechter leemten in de wet op het gebied der rechterlijke competentie m. i. niet evenzoo bij analogie mag aanvullen als die in het materieele recht.

P. 192, reg. 6 v. b. Na „304" in te voegen: alsmede de jurisprudentie van het Duitsche Reichsgericht, vermeld door Schelcher, Justiz und Yerwaltung (1919) p. 108—110. P. 192, reg. 11 v. b. — In plaats van „de", lees: verschillende P. 192, reg. 14 v. b. — Na „litis" in te voegen: (in den zinder rechtsbetrekking, die voorwerp is van het geschil) uitsluitend P. 192, reg. 16 v. b. — In plaats van „D", lees C nos. 9 j° 1

(verwijzing naar R. Mag. 1921, alwaar zie p. 379 vv.). P. 192, al. 1 i. f. — Deze regel te lezen: R. O. sub C no. 1. P. 192, no. 22. — Bij „22" een noot: Vgl. bij nos. 22 en 23 Besier in R. Mag. 1914 p. 571—572; H. L. Asser (boven bij Inl. p. 72 reg 2 v. o. geciteerd) p. 81 noot; mijn R. O. p. 198—202. P. 192, reg. 6 v. o. — Na „H. R." in te voegen: 16 Juni 1893 W. 6362, R.spr. 164 § 27, v. d. Hon. B. R. 59 p. 221, P. v. J. 1893 no. 67 (de cassatie verwerpend tegen het in gelijken zin gewezen arrest Hof 's-Hertogenbosch 10 Juni 1892 W. 6308); P. 192, reg. 2 v. o. — Na „3575" in te voegen: Rb. Arnhem 8 Sept. 1921 W. 10859; Rb. Groningen 23 Okt. 1863 R. B. 1865 p. 329 (bestreden door S. M. in Opm. en Med. 16 p. 253—256 met een beroep op arresten, die een andere kwestie betreffen); Rb. Leeuwarden 26 Nov. 1925 W. 11604, N. J. 1926 p. 1138 P. 193, no. 23, al. 1 i. f. — Toevoeging: In gelijken zin _H. R. 31 Jan. 1908 W. 8654, R.spr. 208 § 20, P. v. J. 784,* mede overwegend dat uitzonderingsbepalingen als art. 38 no. 2 R, O.

Sluiten