Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 193.

niet mogen worden uitgebreid' In deze zaak bestreed gedaagde op een vordering tot schadevergoeding eischers uitsluitend eigendomsrecht.

P. 193, reg. 6 v. o. — Na „geschilpunt" toe te voegen: Insgelijks Rb. Gorinchem 28 Juni 1870 W. 3362 ten opzichte van het zakelijk recht, waarin een vordering tot schadevergoeding wegens miskenning van dat recht haar oorsprong vindt. Maar dit vonnis kent met de overweging dat alleen als er kwestie is over het zakelijk recht, een daaruit ontsproten vordering zakelijk is, aan gedaagdes verwering op dit punt middellijk invloed op de rechterlijke competentie toe.

P. 193, reg. 2 v. o. — Na „was" in te voegen: Vgl. voorts Rb. Almelo 19 Jan. 1927 W. 11634, N. J. 1928 p. 902; Rb. Roermond 6 Jan. 1921 N. J. 1921 p. 244; Ktg. Assen 6 Okt. 1881 W. 4798 (zie dit vonnis hierna bij Inl. p. 198).

P. 194, al. 1 i. f. — Toevoeging: Vgl. Rb. Almelo 22 Febr. 1843 Het Regt in Ned. 3 p. 391.

P. 194, al. 2 i. f. — Toevoeging: Als laatstbedoelde beslissingen Rb. Assen 3 Juni 1879 W. 4628, hierom vernietigend Ktg. Emmen 1 Nov. 1878 W. 1. 1. Vgl. Ktg. Bergen op Zoom 7 Jan. 1873 W. 3558. In den geest van het vonnis Rb. Leeuwarden van 1871 Rb. Rotterdam 1 Maart 1843 Het Regt in Ned. 3 p. 367, om die reden vernietigend Ktg. Hillegersberg 15 April 1842 1. 1.

P. 194, reg. 6 v. o. — Toevoeging: Insgelijks, met het oog op de relatieve bevoegdheid: Hof Amsterdam 20 Mei 1898 W. 7179, P. v. J. 1898 no. 77; Rb. Winschoten 9 Nov. 1904 P. v. J. 435; Rb. Utrecht 18 Mei 1898 W. 7163 en ten opzichte van den invloed der verdediging op die relatieve bevoegdheid Ktg. Groningen 9 Juli 1906 W. 8520. Aangaande den aard der vordering vgl. nog het niet de competentie betreffende arr. H. R. van 13 Maart 1868 R.spr. 88 § 31, v. d. Hon. B. R. 32 p. 250, R. B. 1869 p. 1.

P. 195, reg. 2 v. b. — Na „R. O." in te voegen: p. 196. Zie

Sluiten