Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m

P. 206.

P. 206, reg. 3—2 v. o. — De verwijzing naar R. O. op art. 1 is te schrappen.

P. 207. 9 A. Hangt de gegrondheid eener civiele vordering hiervan af, of het bedrijf van gedaagde naar de Ongevallenwet verzekeringsplichtig was, dan heeft de burgerlijke rechter dit zelfstandig te onderzoeken en hebben voor zijn beslissing meeningen, die volgens eischer bij de Rijksverzekeringsbank zouden bestaan, geen waarde.

Hof Amsterdam 26 Juni 1914 W. 9740.

P. 207, reg. 12 v. b. — Na „XVII" in te voegen: no. 34

P. 208, reg. 12 v. o. — Na „ook" in te voegen: speciaal Hof Leeuwarden 29 Mei 1889 W. 5751 en

P. 208, reg. 6 v. o. i. f., toe te voegen: In gelijken zin Ktg. 's-Gravenhage 1 Maart 1910 W. 9272.

P. 209, reg. 11 v. b. — Bij „erkend" een noot: Daaromtrent vgl. Hof Arnhem 5 Jan. 1911 W. 9108.

P. 209, reg. 12 v. b. — Bij „geworden" een noot: In dien zin Ktg. 's-Gravenhage 1 Maart 1910 W. 9272; vgl. implicite in appèl Rb. 's-Gravenhage 17 Nov. '1910 W. 9080, W. P. N. R. 2157, in cassatie H. R. 29 Dec. 1911 W. 9272, R.spr. 219 § 59, W. P. N. R. 2215. Rb. Groningen 13 Jan. 1928 N. J. 1929 p. 73 paste naast het kerkelijk reglement het burgerlijk recht toe.

P. 210, no. 11 i. f. — In plaats van „2—4", lees: 2(verwijzing naar Themis 1920).

P. 211, reg. 12 v. o. — Art. 190 Grw. 1887, nu art. 192.

P. 212, al. 2 i. f. — Toevoeging: Vgl. voorts den Min. v. Just. De Vries in Handel" Tweede Kamer 1872—1873 p. 1231 kol. 2.

P. 212, reg. 9 v. o. — Na „XVII" toe te voegen: no. 38.

P. 214, reg. 4 v. b. — In plaats van „3", lees: 2 (verwijzing naar Themis 1920)

P. 214, reg. 14 v. b. — In plaats van „17", lees: 27. — P. 214, reg. 19 v. b. — Na „5754" in te voegen: (5713, concl. O. M.). — Bij de p. 214, al. 2 vermelde jurisprudentie te voegen: Hof Arnhem 13 Juni 1888 W. 5573, P. v. J. 1888 no. 81, be-

Sluiten