Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 220.

kennung von Staaten und Regierungen... (1928) p. 145—152, 156, 160—161. Ygl. 1. 1. p. 119, 122 v. o., 137—138, 161—168, 195—196 aangaande de lokale de facto-regeering, die in het geval van 1857 aanwezig was, zie 1. 1. p. 190 en 195, doch m. i. geldt voor haar in dit opzicht hetzelfde, als het onzeker is of zulk een regeering er terecht aanspraak op maakt de wettige regeering van het geheele land te vertegenwoordigen, gelijk in de zaak van 1857. Vgl. nog Kunz 1. 1. p. 153 — 154 de m. i. juiste kritiek op Noël-Henry, Les Gouvernements de fait devant le juge (1927) p. 90—145, die p. 190—191 en 219 alleen voor den internationalen rechter gelijk standpunt aanvaardt als de Zierikzeesche Rechtbank in 1857 heeft ingenomen. (Over de tegenstelling algemeene en plaatselijke de facto-regeeringen vgl. nog v. Royen 1.1. p. 11—12, Larnaude in Rev. générale de droit int. public 1921 p. 471—474, Lécharny 1. 1. p. 98—100. Bij Noël-Henry vgl. Kunz in Zeitschr. für öffentl. Recht 7 p. 476—479). — Zie voorts J. Spiropoulos, Die de facto-Regierung... (1926) p. 23 v. o., p. 27 noot 33, p. 41—47 (litteratuur 1. 1. p. 1); Hatschek, Yölkerrecht als System . .. (1923) p. 80—81 (over een dergelijk geval als dat van 1857). — In de Belgische jurisprudentie vgl. twee arresten Hof Brussel van 10 Aug. 1880 Pasicr. beige 1881. 2. 316 kol. 2 en 318 kol. 1 met Rb. Antwerpen 19 Juni 1880 1. 1. p. 313 (316 kol. 1).

P. 222, no. 16 i. f. — Toevoeging: Gevallent waarin onze jurisprudentie het volkenrecht tot richtsnoer heeft genomen, ook zonder wettelijke verwijzing, worden Inl. p. 715 (hierna aangevuld) vermeld.

P. 222, no. 17, reg. 5. — Na „sloten" in te voegen: of daartoe toetraden

P. 223, no. 17 i. f. — Toevoeging: v. Liszt, 12e dr. p. 511,513. Verder J. H. W. Verzijl, Het prijsrecht tegenover neutralen in den wereldoorlog... diss. Utrecht 1917 p. 186—223 ; J. de Louter, Het stellig Volkenrecht (1910) II p. 432—443; J. J. C.

Sluiten