Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 228.

den Beer Poortugael, Het internat, maritiem recht (1888) p. 492—497 ; J. F. Nyland, Handl. bij de beoefening van het Internat. Zeerecht (1905) p. 272—283 jis p. 395—404; F. Perels, Das internat, öffentl. Seerecht, 2e dr. (1903) p. 264—272; Handel11 der tweede Haagsche Vredesconferentie van 1907; Londensche Conferentie van 1908—1909, waarover vgl. Correspondence and Documents respecting the internat, naval Conference London 1909 I p. 5—6, 25—27, 36—43, 75—78, 94, II p. 3-4, 14-15, 20, 25-26, 30,34—37,43—44,49,51—52, 54-55, 81—84, 93, 120—121, 173—179, 292 301, 345—352, 383—384; Pohl in Z. I. R. 1907 p. 1—42; A. J. I. L. 1910 p. 571—595; Brit. Yearb. of Internat. Law 3 p. 87—98 en de litteratuur, vermeld door Fauchille (boven bij Inl. p. 220 geciteerd) II (1921) p. 939—940. Vgl. diens nos. 1595,1622—16301, 1656s, 165625; dit laatste no. werpt de in de andere nos. voorgestane leer naar aanleiding van den wereldoorlog overboord.

Zie nog Hoogger. Hof N.-Indie, twee arresten van 15 Juli 1875 Ind. W. 637 en 639 (het laatste bevestigend R. v. Just. Batavia 12 Febr. 1875 Ind. W. 611) en 15 April 1875 (bevestigend R. v. Just. Batavia 17 Juli 1874 Ind. W. 579); R. v. Just. Batavia 10 Sept. 1873 Ind. W. 590.

P. 224, reg. 10 v. o. — In plaats van „nos. 9—11", lees:no. 1, verwijzing naar Themis 1920 p. 1 vv.

P. 224 i. f. toe te voegen: nos. 58 j° 57.

P. 225, reg. 11 v. b. — In plaats van „B § 3", lees: G n°. 35a j° d

P. 225, al. 2. — Toevoeging: Verder Hof Arnhem 7 Febr. 1923 W. 11065, N. J. 1923 p. 845. Deze beslissing achtte H. R. 4 April 1924 W. 11196 (met noot Mff.), N. J. 1924 p. 564 in cassatie onaantastbaar. Mff. 1. 1. meent dat het arrest van den H. R. den indruk maakt als konden de statuten uitsluiten ieder onderzoek door de rechterlijke macht van de vraag, of een lid tegen de statuten heeft gehandeld, maar dat een beperking dienaangaande volgt uit hetgeen H. R. 29 Nov. 1923 W. 11147 (met noten Mff.), N. J. 1924 p. 129, W. P. N. R. 2830

Sluiten