Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 253.

de rechter niet te beoordeelen of verdachte de gebruikelijke regels van orde en decorum heeft in acht genomen. Het oordeel hierover ligt ingevolge art. 66 [lid 2] Gem.wet bij den Voorzitter van den Raad.

Rb. Rotterdam 16 Okt. 1928 W. 11885, N. J. 1928 p. 1574, G.st. 4025 (9°). - Uit gemeld art. 66 volgt niet dat deze vraag, mocht zij in de strafzaak werkelijk praejudicieel worden (wat kwalijk denkbaar is) door den strafrechter niet zelfstandig zou moeten worden beantwoord.

P. 254, reg. 8 v. b. toe te voegen: p. 555 noot 1.

P. 254, no. 30, al. 1 i. f. toe te voegen: de noot op p. 575—576. P. 254, no. 30, al. 2. — Na „XVII" in te voegen: no. 5 c—e, p. 533—541

P. 256, reg. 2 v. b. — Na „aldaar'' in te voegen: p. 576 — 577 jis

p. 629 (no. 34) en p. 635 (no. 41)

P. 258, noot 3. — Toevoeging: Latere wijzigingen der Drankwet: Stbl. 1905 no. 361, 1907 no. 291, 1911 no. 22, 1919 no. 784, 1922 no. 697, 1925 nos. 280 en 308.

P. 260, reg. 11 v. b. — In plaats van „wet" lees: wetten. — Na „161" in te voegen: 16 Juli 1907 Stbl. 216, 1 Juli 1909 Stbl. 246 P. 264, reg. 16 v. o. — Na „R. O." in te voegen: D no. 17 P. 267, al. 2 i. f. — Toevoeging: Ten opzichte van gemeentebelasting in den geest van het arrest H. R. van 1855, H. R. 31 Maart 1913 W. 9487, N. J. 1913 p. 841.

P. 267, reg. 3 v. o. — Na „231" in te voegen: en de beslissingen, vermeld bij Inl. p. 230 noot (Supplement)

P. 267, reg. 2 — 1 v. o. — De woorden „de — nt. 1" vervallen;

zie boven bij Inl. p. 230 noot reg. 9 v. o.)

P. 268, reg. 14 v. o. — Na „Stbl. 1" in te voegen (zie nu tekst

Stbl. 1921 no. 819, artt. 103 j° 66 no. 2)

P. 269, reg. 4 v. b. — Art. 75 oud, nu art. 81.

P. 269, reg. 8 v. b. — Het woord „verdere" vervalt, zie C. R. 1 Juli 1916 M. U. G. R. 2 p. 1 (2°) no. 8956, A. R. B. 1916 p. 391, P. V. 3 p. 598'(600).

Sluiten