Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 298.

P. 298, noot, reg. 2. — Art. 87 lid 2 Ongev.wet oud, nu art. 93 no. 2, tekst 1921 Stbl. 819.

P. 298, noot, reg. 6 v. o. — Na „administratief rechter" in te voegen: Ygl. Inl. p. 353—355. Zie ook ten opzichte van de vaststelling door de Rijksverzekeringsbank der uitkeering naar de geleden schade, Hof 's-Hertogenbosch 30 Dec. 1913 W. 9583, N. J. 1914 p. 184: in een vordering, steunend op artt. 89 j° 88 (oud) Ongev.wet is de burgerlijke rechter niet gebonden aan de beslissingen krachtens die wet gegeven. Het Hof beriep zich op 'het Inl. p. 298 v. o. —209 vermelde gevoelen der Regeering.

P. 299, al. 1 i. f. — Toevoeging: Zie in het bij Inl. p. 294 vermelde arr. H. R. van 30 Juni 1911 de overweging betreffende de beslissing in hoogste instantie van den Ongevallenrechter.

P. 299, al. 2. — Gaupp-Stein, zie Stein-Jonas, 12e dr. I p. 437, 439, 440 (2°). — Daarna in te voegen: Stein, Grenzen (bij Inl. p. 5 geciteerd) p. 104—107; Hellwig, Syst. I p. 790— 791 (2°); Hatschek (bij Inl. p. 197 geciteerd) p. 31—32; Steupp in A. ö. R. 27 p. 82 v. o.

P. 299, no. 52 i. f. — Garsonnet 3e dr. III no. 711, noot 2 op p. 430. — Zie Jèze Princ. 3e dr. I p. 309—313 (Rev. du droit public 1913 p. 478—482). — Verder vgl. het antwoord van A. J. F. in W. 8731 p. 3 aan v. E. in W. 8729 p. 4.

§ 3 A Afcleeling 3 (Gebondenheid van den burgerlijken rechter aan strafvonnissen). Bij dit opschrift een noot: Vgl. Anema in Asser's Handl. V, 2e dr. p. 378—380jlsp. 375—377; Hellwig, Syst. I p. 788 (I, 1°).

P. 299, tekst, reg. 8—7 v. o. — Art. 4 Sv. 1886 is niet overgenomen in Sv. nieuw. — Het t. a. p. bedoelde ontwerp is in 1928 ingetrokken.

P. 299 noot. — Toevoeging: Anders dan Faure G.st. 3031 (1°).

P. 300, reg. 4 v. o. — Toevoeging: In gelijken zin Rb. Rotterdam 23 Maart 1914 W. 9702, N. J. 1914 p. 684, welk vonnis verder (m. i. ten onrechte) het toebehooren van eenig goed aan een ander dan hem, die het heeft weggenomen, identificeerde met

Sluiten