Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ö1J

P. 305.

Garraud 1. 1. YI p. 281—365; P. Hébraud, L'autorité de la chose jugée au ci'iminel sur le civil (1929); Jèze in Revue du droit public 1913 p. 485—487 v. b. met p. 487 noot 1, p. 489 (2°); zie nu zijn Les Principes 3e dr. I p. 317—322, 326 (2°); verder de Belgische Revue de Droit Pénal et de Criminologie 1926 p. 641—653, 769—787, 1930 p. 97— 107 (met Belgische jurisprudentie).

P. 305 tekst, reg. 2 v. o. — In plaats van „1065" lees: 1050.

P. 305 tekst, reg. 1 v. o. i. f. — Hierbij een noot: Daaromtrent zie, behalve de jurisprudentie, geciteerd in W. 8832 p. 4 kol. 2 v. o., o. a. Cass. 11 Dec. 1928 D. bebd. 1929 p. 51, de daar in de noten vermelde arresten van 1921 en die bedoeld hierna bij Inl. p. 306 reg. 2 v. o. — Vgl. Inl. p. 312 noot 1.

P. 306, reg. 1—4 v. b. —Lacostb 3e dr., respektievelijk p. 448— 462, 466, 476—485, 495 (aangevuld o. a. met no. 1309 bis), p. 455—457, 460.

P. 306, reg. 6—8 v. b. — Garsonnet 3e dr. III nos. 716—736 p. 443—476, speciaal no. 720 p. 451—452, no. 721 p. 454 en over de civielrechtelijke beslissingen in het strafvonnis, no. 727 p. 462—463, waarbij vgl. Garraud 1.1. p. 309—313 jis p. 305—306.

P. 306, reg. 11 v. b. — Na „is" in te voegen: tenzij men er bij zou zetten: „dans une prononciation liant les parties" (wat echter juist de hier te beantwoorden vraag zou praejudicieeren).

P. 306, reg. 12 v. b. en 7 v. o. —Lacoste 3e dr., respektievelijk p. 460 en p. 456 v. b.

P. 306, reg. 2 v. o. — Toevoeging: Garraud 1. 1. p. 281 noot 1 vermeldt oudere litteratuur en p. 293 noot 16 jurisprudentie. Zie ook Dalloz, Rép. prat. met Suppl. 1927 v. Chose jugée nos. 389—427; S. et P. 1918-1919. 1. 36, 1930. 1. 10; D. P. 1914. 2. 148; D. hebd. 1925 p. 521, 522, 525, 1928 p. 62 en 63, 1929 p. 104, 1930 p. 95; Revue trim. de droit civil 1929 p. 1101—1102. — Over de wisselingen der Fransche jurisprudentie ten aanzien van het in ons art. 1956 B. W. geregelde geval zie E. H. Perreau, Technique de la jurisprudence... I

Sluiten