Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 306.

(1923) p. 52 ja p. 74 en de noten van Esmein bij S. et P. 1924. 1. 322—323 en 325 op Cass. 29 Juli en 2 Mei 1924.

P. 307, noot, reg. 2 —1 v. o. — Gaupp-Stein, zie Stein-Jonas, 12e dr. I p. 442—443. — Na „ook" in te voegen: Hellwig, Syst. I p. 788 (I, 1°); Binding (bij Inl. p. 18 geciteerd), p. 357— 359; W. Sauer, (bij Inl. p. 279 noot i. f. geciteerd) p. 206—209.

P. 308, reg. 6 v. b. — Bij „artt." een noot: Daarbij vgl. over wat de Duitschers noemen de Tatbestandswirkung van een vonnis o. a. Kormann (bij Inl. p. 276 noot 2 geciteerd); Stein (bij Inl. p. 5 geciteerd) p. 94—96 ja p. 104 v. b.; Hatschek (bij Inl. p. 197 geciteerd) p. 24—33.

P. 308, noot bij p. 307. — Toevoeging: Zie nog Stein 1.1. p. 103 v. o.—104.

P. 309, reg. 1] v. b. — Na „zwaar," in te voegen: (respektievelijk of een beveiligingsmaatregel in engeren zin op hem moet worden toegepast)

P. 309, reg. 12—13 v. b. — Laband, 5e dr. III p. 378, tekst en noten.

P. 309, reg. 13—15 v. b. — Artt. 211 en 221 Sv. 1886, nu 350, 358 lid 2 Sv.

P. 309, tekst, reg. 2 v. o. — Na „louter" in te voegen: of in hoofdzaak. — Zie hierna de toevoeging bij Inl. p. 309 noot 2.

P. 309, noot 2. — Laband 5e dr. III p. 379. — Toevoeging aan die noot: Het strafvonnis is niet altijd te herleiden tot een beslissing over hetgeen moet geschieden ter verwezenlijking in het gegeven geval van het objektieve recht. Dat komt b.v. uit, als de rechter ook bij bewezen strafbaar feit vrij is geen straf op te leggen (art. 398 no. 9 Sv.) en van die vrijheid gebruik maakt. Ik heb nu in den tekst na het woord „louter" ingevoegd: of in hoofdzaak, vooral ook met het oog op de, overigens door mij niet aangehangen, leer dat het strafvonnis deklaratief en met gezag van gewijsde de rechtmatigheid der daarin vervatte bestraffing zou vaststellen, waaromtrent zie bij Inl. p. 311, reg. 6 v. b. — Sauer (bij Inl. p. 279 noot i.f.

Sluiten