Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 310.

en daarvoor is een onderzoek naar het begaan zijn van het feit noodzakelijk. — L. 1. p. 358 v. b. neemt B. gezag van gewijsde van het strafvonnis aan ten opzichte van zijn „tatsachliche Basis" (de feiten). Maar, afgezien van het in delnl. hiertegen aangevoerde, is er op te wijzen 1° dat B. p. 344 vv. (zie b. v. p. 347) metterdaad niet uiteenhoudt gezag van gewijsde en wat de Duitschers „Tatbestandswirkung" van het vonnis noemen, al erkent hijzelf p. 345 dat dit moet geschieden, en 2° dat hetgeen hij p. 351 — 352 zegt neerkomt op ontkenning van gezag van gewijsde, daar dat gezag onbestaanbaar is bij het laten gelden der gronden tot revisie zonder dat deze revisie krachtens de wet aanhangig is.

Voor de leer van een reeds vóór het strafvonnis bestaand recht van den Staat om te straffen vgl. ook A. Baumgarten, Die Wissenschaft vom Recht II (1922) p. 402 ja p. 27, afwijkend van I (1920) p. 326, en in aansluiting aan zijn Der Aufbau der Verbrechenslehre (1913) p. 14 vv., speciaal p. 56—58. Daar voert hij voor die leer o. a. de verjaar baarheid der straf aan. Op dat punt kan men m. i. volstaan met te zeggen dat na verjaring geen straf mag worden opgelegd zonder dat de constructie van een recht op straf, door de verjaring opgeheven, noodig is. P. 310, noot 1, reg. 9. —Na „opgeeft" in te voegen : vgl. Laband,

Staatsr. 5e dr. I (1911) p. 492 jis p. 484, 487, 491 P. 310, noot 1, reg. 12—13 en al. 1 i. f. — Lacoste 3e dr. respektievelijk p. 502 en p. 500—504 (aangevuld met nos. 1325bis en ter). — In Lacoste's geest Jèze in Rev. du droit public 1913 p. 465 (IV0) = ziin Principes 3e dr. I p. 295 (VI0). Vgl. Dalloz, Rép. prat. v° Chose jugée nos. 428—437. — Toevoeging aan die al. 1: Vgl. nog, naar aanleiding der Papendrechtsche zaak, Handel" Tweede Kamer 1908—1909 p. 759—776 en daarbij W. 8776 p. 1 kol. 2.

P. 310, noot 1, al. 2 i. f. — Toevoeging: Wat den burgerlijken rechter betreft ligt (omdat gebondenheid aan een bedreiging met disciplinaire straf gelijke gebondenheid aan de disciplinaire

Léon's Rspr., II, 1, E. O., s. 9

Sluiten