Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ö1J

P. 316.

beslissingen. Dit, omdat bet veroorcleelend strafvonnis, zij het niet met gezag van gewijsde, beslist over al betgeen ten laste is gelegd, ook al vat men het woord „beslissing" in een engeren zin op dan het "Wetb. v. Sv. doet (vgl. Inl. p. 309).

P. 317, reg. 6 v. b. en (tekst) reg. 4 en 1 v. o. — Art. 391 lid 1 Sv. 1886, nu art. 338.

P. 317, reg. 10 v. b. — Bij „5" een noot: Ygl. RG. 19 Nov. 1909 E. Strafs. 43 p. 33 (Heroldsamt) en de daarop betrekkelijke litteratuur, speciaal D. Jur. Zeit. 1910 kol. 709—710, 743, 753—754, 847—848, 1911 kol. 1077—1079, 1527; Das Recht

1910 kol. 503 vv., 744, 1911 kol. 126—132, 165—176, 364—372, 655—656; J. W. 1910 p. 892 vv., 1911 p. 609, 1912 p. 97, 173—175; A. ö. R. 27 p. 76—100, 35 p. 212—213; Goltdammer's Archiv für Strafrecht 57 p. 380 noot 5, 391 vv., 59 p. 193; Gerichtssaal 77 p. 56—68; Stein (bij Inl. p. 5 geciteerd) p. 108 v. o.—111.

P. 317, noot. — Toevoeging: Ygl. nog Sleutelaar in Themis 1912 p. 491 v. o. ja p. 497.

P. 318, al. 1. — Art. 391 Sv. 1886, nu art. 338. — Aan die alinea toe te voegen: Uit het hier gezegde volgt dat Koolen in Themis 1919 p. 227—228 ten onrechte tegenspraak ziet tusschen hetgeen staat in de Rechtspr. in crisiszaken (1919) op p. 43 en op p. 69—70. Op p. 43 is er sprake van een beslissing van den administratieven rechter in het voordeel van den betrokkene en voorafgaande aan de uitspraak van den strafrechter, die t. a. p. gebonden wordt geacht door eerstbedoelde beslissing, terwijl op p. 69—70 geen onderscheid wordt gemaakt naarmate de eene uitspraak aan de andere voorafgaat en er wordt uitgegaan van een' ten nadeele van den betrokkene luidende uitspraak van den administratieven rechter bij een ontslag van rechtsvervolging door den strafrechter.

P. 319, al. 1. — Bij de daar vermelde Nederlandsche litteratuur te voegen: Yos in W. 8949 p. 7 kol. 2—3; Sybenga in R. Mag.

1911 p. 26—28 jis p. 1—20; H. Krabbe, Die Lehre der Rechts-

Sluiten