Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 819.

souveranitat (1906) p. 197—207. Inde buitenlandsche litteratuur vgl. nog Bernatzik in A. ö. R. 5 p. 169—318, bij wien zich aansluit L. Michoud, La Théorie de la personne morale, 2e dr. (1924) I nos. 59—64bis, 74 C—E (in 1" dr. II, Appendice, III0—V°: bestrijding o. a. van Hölder, O. Mayer en Duguit), nos. 107—110 (de daar niet tusschen [ ] aangehaalde litteratuur is overgenomen uit den ln dr. van 1906—1909, waaruit is op te maken, welke edities zijn bedoeld); Duguit, Traité, 2e dr. II §§34—35 j° I §§ 40—41; M. Haüriou, Principes de droit public, 2e dr. (1916) p. 44—45, 54—73, 84—91, 94—108 jis p. 252—253, 264— 286, 295—297, 302; en daarbij zijn Précis de droit admin., lle di. (1927) p. 290—291 noot; M. de la Bigne de Villeneuve, Traité général de 1'Etat I (1929) p, 527 vv. (vgl. p. X: Le Fur); Preuss in Staatsrechtle Abhandln, Festg. f. Laband (1908) II p. 219—222, in Schmoller's Jahrb. f. Ges.geb. 1902 p. 553— 596 en in Jahrb. f. Dogm. 44 p. 429—479 (tegen Schlossmann aldaar p. 289—330); Tezner, Theorien (Inl. p. 616 geciteerd) p. 41 48, 54, 60—70, 78— 98, 158—159; Affolter in A. ö. R. 23 p. 362—365 jis p. 400—405; Hölder aldaar p. 323—324, 341— 348; G. Jellinek, Allge Staatslehre, 3e dr. 1914 (herdruk door W. Jellinek van 1929 met nieuwe litteratuur) p. 136—183,416 vv., 559—565 en zijn Syst. der subjektiven öff. Rechte, 2e dr. (1905) p. 21—41, 223—233, 236; O. Mayer, Deutsches Yerw.r., 3e dr. I P-1^4 151, II p. 143, in A. ö. R. 40 p. 114—119 en in de zooeven vermelde Festg. f. Laband I p. 3—94, speciaal p. 53—79; H. Kelsen, Hauptprobleme der Staatsrechtslehre (1911) p. 162—188, 245 246, 395 vv., 411—412, 434, 450— 465, 491, vooral p. 514— 5.37 i. v. m. de daar aangehaalde blzz., p. 664—666, 693—709 en zijn Allg. Staatslehre (1925) p. 262—271, 275—276, 405—407 jlb p. 10 — 13, 47—73; H. Rühl, Zur Konstruktion der Rechtsbeziehungen zwischen staatlichen Behörden (Heft 39 der Studiën zur Erlauterung des biirg. Rechts 1926). Doordat Rühl's studie er een is van burgerlijk recht, legt zij veelal den nadruk op de vermogensrechtelijke verhoudingen. Het onderwerp als

Sluiten