Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 332.

blzz. zegt houdt m. i. geen steek, al is zijn voorstelling der leer van het gezag van gewijsde over het algemeen beter dan de door hem bestredene. — Ygl. Kohler in Festschr. f'. Fr. Klein (1914) p. 5—6, 9—10 ja p. 7; Jellinek (Inl. p. 443 geciteerd) p. 186—187; Küttner 1. 1. p. 225 v. b., 231—233.

Hof Leeuwarden 23 Juni 1909 W. 9010 overwoog: ondenkbaar is een eigendomsrecht, bestaande tegenover allen behalve tegenover één persoon, het eigendomsrecht kan niet bestaan tegenover den een en niet bestaan tegenover den ander. Die overweging zag op een contract en daarbij kan zulk relatief eigendomsrecht inderdaad niet worden bedongen. Maar de beperking van het gezag van gewijsde tot partijen brengt mee dat men voor zijn eigendomsrecht zich op het vroegere vonnis slechts met vrucht kan beroepen tegenover de vroegere procespartij en haar rechtverkrijgenden.

P. 333, al. 2. — Toevoeging: Insgelijks Jèze in Rev. du droit public 1913 p. 483 v. o.—484 v. b. = Principes 3e dr. I p. 315. Uit Cass. 7 Dec. 1918 S. et P. 1918—1919, Buil. desSomm. 1. 102 kol. 1 is op te maken dat dit arrest den strafrechter gebonden achtte aan de beslissing van een civiel vonnis over den eigendom van onroerend goed. — Ygl. nog Saunus (bij Inl. p. 328 geciteerd) p. 34—39 j18 p. 18—34; Goldschmidt (bij Inl. p. 278 noot 2 geciteerd) p. 200 v. o.—203.

P. 334, reg. 2 v. b. — Na „ook" in te voegen: de partijen

P. 334, reg. 4 v. b. — Na „1" in te voegen: en vgl. Goldschmidt 1. 1. p. 203 v. o.—206

P. 334, al. 1 i. f. — Gaupp-Stein, zie Stein-Jonas, 12e dr. I p. 367 v. o.—368 v. b. (2°) jis p. 872 v. o.—873, II p. 293 v. o. Vgl. Kuttnek (geciteerd bij Inl. p. 5 no. 2 al. 1 i. f.) p. 15—17. — Toevoeging: Maar is de strafrechter zelf, als niet lijdelijk, gebonden aan een burgerlijk vonnis, als dat voor iedereen gezag van gewijsde heeft? Ontkennend Saunus 1. 1. p. 90—92, 100.

Sluiten